Inhoudsopgave
Verzorging
Konijnen koppelen
verzorging in de zomer
verzorging in de winter
zindelijk maken
Wat zien konijnen
Knagen
Nagels knippen
Vachtverzorging
Snoepen
Drinken
Hooi
Pagina 13
Alle pagina's
 

Verzorging in de winter

Jonge konijntjes (tot ca. 4 maanden) zijn te kort in hun leventje buiten geweest om nu al een wintervacht te hebben ontwikkeld. Zij kunnen last van de kou krijgen. In deze vorstperiode kunnen ze beter in een vocht- en tochtvrije schuur of garage gezet worden, uit de wind en de ergste kou. Vocht- en tochtvrij is belangrijk anders kan een konijn ziek worden. Zorg dat ze voldoende daglicht krijgen.

Konijnen die de hele zomer en herfst buiten hebben doorgebracht, hebben een dikke wintervacht ontwikkeld, en kunnen buiten blijven tot ca. 10 graden vorst. Voorwaarde is dat het hok luw staat, met de opening van de wind af, en dat er een nachthok is. In het hok en nachthok wordt extra dik stro gedaan. 's Nachts kan een juten zak voor de opening gehangen worden, of er kan plexiglas voor gedaan worden. In het laatste geval moet er gezorgd worden voor een brede kier, voor frisse lucht. 

De ren moet aan de windzijde afgeschermd worden.

Het drinkwater bevriest nu voortdurend, en het is nodig om vaker per dag vers water te geven, het beste lauw water. Doe dit op vaste tijden, zodat het konijn weet wanneer het kan drinken. Wanneer je konijn direct gaat drinken heeft het voldoende vocht naar binnen voordat het water bevroren is. Vooral ook 's avonds voordat je naar bed gaat nog een keer je konijn laten drinken. Suiker in het water is af te raden, het water bevriest toch, en suiker is schadelijk voor de blindedarmflora.

Een flesje kan geïsoleerd worden met een dikke sok o.i.d., maar meestal bevriest het water in het tuitje snel, zodat er een klont ijs in zit. Het beste is een waterbak, die in stro wordt gezet. (Let op dat je konijn niet precies een jolig konijn is dat met een waterbak gaat smijten.) Stro isoleert en houdt bevriezing van het water enigszins tegen. 

Als het harder gaat vriezen dan 10 graden met meestal een snijdende oostenwind kunnen konijnen beter in een vocht- en tochtvrije schuur of garage gezet worden, of zorg er voor dat je konijn diep in stro kan wegkruipen. (Immers verblijven wilde konijnen in holen beneden de vorstgrens, wat tamelijk warm is en in elk geval uit de wind.) Kies je voor schuur of garage zorg er dan voor dat er geen uitlaatgassen zijn en dat er voldoende frisse lucht en licht binnen komt. In een schuur met ramen kan de temperatuur op een zonnige dag nog flink oplopen, waardoor het voor je konijn te warm kan worden. Laat daarom op zulke dagen de deur of een raam open.

Konijnen zullen in de winterkou ijskoude oren hebben. Hoe weet je of ze het te koud hebben? Controleer of de lichaamstemperatuur goed is, door in de nek te voelen, vlak onder het achterhoofd, daar moet het warm zijn. Wordt een koud konijn even onder de jas genomen, dan moet het dier onmiddellijk warm worden. Blijft het ook onder de jas (nog lange tijd) koud, dan moet het dier op een warmere plaats gehuisvest worden.

Konijnen die om welke reden dan ook in huis gehaald worden, kunnen, tenzij ze ziek zijn, een paar dagen in een koeler vertrek wennen, en dan zonder bezwaar in verwarmde kamers wonen. Ze kunnen dan niet terug naar buiten, maar moeten tot het voorjaar binnen blijven wonen. 's Winters kan een buitenkonijn niet binnen in de warme kamer spelen en daarna weer in een buitenhok gezet worden, het dier zou ziek kunnen worden door de grote temperatuursverschillen.

Zieke konijnen die in huis gehaald worden, moeten direct in een warme kamer, omdat een ziek konijn veel warmte nodig heeft.