Inhoudsopgave
Verzorging
Konijnen koppelen
verzorging in de zomer
verzorging in de winter
zindelijk maken
Wat zien konijnen
Knagen
Nagels knippen
Vachtverzorging
Snoepen
Drinken
Hooi
Pagina 13
Alle pagina's

 

Twee konijnen koppelen

Er is niets leukers om te zien dan twee konijnen die dicht tegen elkaar liggen, kopjes tegen elkaar, af en toe elkaar wassend. De dieren zijn volkomen gelukkig en genieten van elkaars gezelschap. Als je steeds maar één konijn hebt gehad en je vraagt je af of het gedrag van je konijn zal veranderen als hij/zij eenmaal een maatje heeft dan is het antwoord natuurlijk JA. Het dier zal minder naar jou trekken, maar ook tijd met het maatje doorbrengen. Maar een konijn met een maatje zal beslist gelukkiger zijn....

Zoals je hierna zult lezen zijn er veel dingen waar je rekening mee moet houden als je twee konijnen samen wilt laten leven. Iemand die vaak konijnen koppelt doorziet een situatie snel en kan bedenken welke handelwijze gevolgd moet worden. Maar iemand die slechts een enkel keertje koppelt zal die handigheid niet snel krijgen. Hopelijk helpt dit hoofdstuk om te begrijpen waar je op moet letten en leert het je de verschillende manieren van aanpak in verschillende situaties. In dit hoofdstuk wordt over huiskonijnen gesproken. Maar voor buitenkonijnen gelden precies dezelfde richtlijnen. Het belangrijkst blijven het vertrouwen in jezelf en je houding naar de konijnen toe. Als je gelooft dat je het kunt, lukt het.

Een maatje voor je konijn 

Het gebeurt regelmatig dat twee konijnen, vooral als het een mannetje en een vrouwtje zijn, elkaar al direct aardig vinden en al heel spoedig elkaar wassen en steeds in elkaars buurt zijn, of bij elkaar liggen. Dit is een makkelijke koppeling, en hier hoeft nauwelijks bij geholpen te worden. Maar het gebeurt ook vaak dat er een langere periode van wennen nodig is, en daar is dit hoofdstuk eigenlijk voor geschreven.

Wanneer je besloten hebt je konijn een maatje te geven dan rijst de vraag hoe zoiets aangepakt moet worden. Moet het een mannetje zijn of een vrouwtje, een jong of een oud konijn. Is het ras belangrijk, of de leeftijd...

Eigenlijk is het niet belangrijk welke konijnen bij elkaar gezet worden, groot of klein, jong of oud, hangoor of puntoor. Een Vlaamse reus kan de grootste vrienden zijn met een dwergkonijn. Het enige waar je bij deze combinatie op moet letten is dat de woon/loopruimte groot genoeg is en dat de Vlaamse reus niet steeds op het dwergkonijn wil rijden.
Het beste is altijd om een volwassen konijn te koppelen aan een volwassen konijn. Verder is de combinatie mannetje/vrouwtje de beste combinatie. Deze combinatie kan het beste eerst geprobeerd worden. Lukt het niet een geschikte partner te vinden dan kun je proberen of twee konijnen van hetzelfde geslacht beter klikt. alleen rammetjes samen is af te raden meestal word het vechten tot bloedens toe.

 

Volwassen bij volwassen en jong bij jong
Een volwassen konijn heeft het liefst een volwassen partner. Een heel jong konijntje wordt meestal nauwelijks geaccepteerd, het wordt weggegromd, nagejaagd, of het jonge dier wordt door het volwassen dier onder de voet gelopen. Het kan ook dat het volwassen dier heel erg wil rijden op het jonge diertje. Daar kan een jong konijntje nog niet tegen.
Wil je toch een jong konijntje koppelen aan een volwassen konijn, dan kan het jonge diertje het beste nog een paar weken van het oudere konijn gescheiden worden met gaas. Zo kunnen ze optimaal contact hebben zonder dat het jonge diertje gevaar loopt, en elkaar goed leren kennen. Als het diertje beter tegen een stootje kan (ouder dan tien weken), kan het gaas tussen beide dieren weggehaald worden.
Wanneer een konijn eenmaal volwassen (volgroeid) is dan speelt leeftijd verder geen rol. Een konijn van acht jaar oud kan goed gekoppeld worden aan een konijn van drie jaar oud. Jonge konijnen kunnen tot de leeftijd van drie maanden over het algemeen probleemloos bij elkaar gezet worden. Ze zullen elkaar meestal zonder meer accepteren, met elkaar spelen, tegen elkaar slapen, elkaar likken.

Jonge konijntjes en hormonen. 

voor hormonale invloeden kun je bij jonge konijntjes wat later, als ze een maand of vier/vijf oud zijn , toch gevechten gaan verwachten, en zullen ze alsnog gecastreerd/gesteriliseerd moeten worden. Jonge vrouwtjes en mannetjes moeten in ieder geval altijd vanaf drie maanden gescheiden worden, omdat ze vanaf die leeftijd vruchtbaar zijn.

Kennismaken
Wat erg belangrijk is, is de manier waarop twee vowassen konijnen bij elkaar gezet worden. Je kunt namelijk niet zomaar twee konijnen samen in een hok zetten. Net zoals dat bij mensen gaat, willen konijnen eerst kennismaken. En net zoals bij mensen het geval is, klikt het tussen sommige konijnen absoluut niet. Hebben ze direct al een hekel aan elkaar.
Konijnen moeten dus eerst kennismaken, en tijdens die kennismakingsperiode leren ze elkaar te vertrouwen, om uiteindelijk diepe vriendschap/liefde te kunnen hebben.
Omdat elk konijn een ander karakter heeft, verloopt geen enkele kennismaking hetzelfde. Er zullen dus verschillende technieken uitgeprobeerd moeten worden om een kennismaking goed te laten verlopen.

Voorbereiding
- Voordat je een tweede konijn in huis haalt zul je moeten zorgen voor een tijdelijke tweede kooi. Deze kooi moet het liefst naast de kooi staan van het konijn wat je al hebt. Verder moet gezorgd worden voor een neutrale plek, waar de konijnen verder kunnen kennismaken. Een plek is neutraal als je konijn er nog nooit geweest is, en daar dus ook geen territoriaal gedrag zal vertonen.

- De konijnen moeten goed gezond zijn. Koppelen is meestal stressvol en als je konijn een gezondheidsprobleem heeft kan hem/haar dat makkelijk opbreken. In dat geval kun je beter niet koppelen tenzij de koppeling heel makkelijk, bijna vanzelf gaat. Dus als de konijnen vijandig doen, dan beter ermee stoppen. Als je konijn snot heeft, wat zeer besmettelijk is, kun je geen maatje voor hem zoeken omdat hij het nieuwe konijn ook ziek zal maken. Of je zoekt in het asiel een konijn dat ook als snot heeft, en daardoor bijna onherplaatsbaar is. Heel af en toe zitten dergelijke konijnen in een asiel.

- Het allerbelangrijkste is dat konijnen eerst gesteriliseerd of gecastreerd worden voordat je ze gaat koppelen. In elk geval moet het mannetje gecastreerd zijn als je hem wilt koppelen aan een vrouwtje, ook als het vrouwtje gesteriliseerd is. Een niet gecastreerd mannetje zal namelijk steeds gaan lopen vervelen bij het vrouwtje, en daar kan het vrouwtje heel erg geïrriteerd door raken. Wil je twee mannetjes koppelen, dan moeten beide gecastreerd zijn, wil je twee vrouwtjes koppelen dan moeten ze gesteriliseerd zijn. Na de castratie van een vrouwtje moet de wond minstens drie weken de tijd krijgen om goed te genezen, voordat je gaat koppelen. Ongeveer een maand na castratie of sterilisatie is het gunstig om twee konijnen te koppelen. Een vrouwtje heeft dan nog juist genoeg hormonen om bereidwilliger te zijn naar een mannetje en hierdoor kan de koppeling makkelijker verlopen.

Verder kennismaken.
Omdat konijnen beslist voorkeur hebben, kun je het beste je konijn zijn/haar eigen maatje laten uitkiezen. Konijnen die in elkaar geïnteresseerd zijn, zijn veel makkelijker te koppelen. Het is een goed plan om je konijn mee te nemen naar verschillende asiels, opvangcentra of particuliere adressen en hem/haar verschillende andere konijnen te laten ontmoeten. Zo loop je geen kans met een konijn thuis te komen dat je zelf erg leuk vindt, maar dat helemaal niet klikt met het eigen konijn. Probeer bij verschillende konijnen hoe het klikt met het eigen konijn. Voor dit doel is er een kleine neutrale plek nodig (ongeveer 2x3 meter). Dit kan een ren zijn, een halletje, een klein kamertje etc. Zolang het maar klein en leeg is, zonder obstakels waar de konijnen in, onder of achter kunnen schieten. Verder mogen de konijnen er nooit eerder geweest zijn.
Zet de twee konijnen in de kleine ruimte en let goed op het verschil tussen dominantie en agressie. Dominantie wordt meestal geuit door op elkaar te rijden. Dit is normaal gedrag. Als een van de twee konijnen aldoor op de ander wil rijden, kan hij beter zachtjes weggeduwd worden. Want het andere konijn kan zich onderwerpen, maar kan ook geïrriteerd raken en willen bijten als het te lang duurt. Zowel mannetjes als vrouwtjes rijden op elkaar, dit heeft te maken met de bepaling van de rangorde.

Als er tekenen van agressie zijn - oren schuin naar achteren, staarten omhoog, spanning - moeten de konijnen uit elkaar gezet worden. Het ziet er niet naar uit dat dit een goed stelletje zal worden. Als twee konijnen elkaar niet mogen zullen ze gaan vechten, en gevechten moeten te allen tijde voorkomen worden. Dus bij agressie kun je deze kennismaking beter stoppen, ook al vond je "dit juist zo'n hartstikke leuk konijn".

- Om voorbereid te zijn op gevechten is het raadzaam een plantenspuit binnen handbereik te zetten voor het geval dat. Konijnen die (willen) gaan vechten kun je even stoppen door met een hard straaltje op het voorhoofd of in het gezicht te spuiten. Trek dikke handschoenen aan. Omdat de konijnen blindelings zullen bijten als ze gaan vechten en geen erg hebben in je handen, zijn je handen op deze manier goed beschermd als je tussenbeide moet komen.

Als konijnen in elkaar geïnteresseerd zijn, kunnen ze elkaar negeren. Ze lopen allebei een andere kant op en keren elkaar de rug toe. Denk niet "ze vinden elkaar niet leuk " want dat is juist een goed teken. Ze communiceren ‘op z’n konijns’ op een voor mensen onbegrijpelijke manier met elkaar en zeggen op deze manier: "Ik keer je mijn rug toe, want ik vind jou geen bedreiging en ik vertrouw je."

Ze kunnen ook naar elkaar toegaan en elkaar besnuffelen. Staartje beetje omhoog, oren een beetje naar voren. Ze zijn opgewonden door elkaars aanwezigheid, maar lopen weer van elkaar weg. Dat is ook goed. Er moet goed op subtiele signalen gelet worden. Als de konijnen een paar passen bij elkaar vandaan blijven, maar wel gaan eten, zichzelf wassen of helemaal languit gaan liggen, dan beschouwen ze het andere konijn kennelijk niet als een bedreiging, en ook dat is een goed teken.

Het beste is als je konijn zoveel mogelijk toekomstige maatjes ontmoet. Je leert dan het verschil zien hoe ze op elkaar reageren. Kies het konijn waarvan je hebt gemerkt dat het in jouw konijn geïnteresseerd was (of onverschillig) en vice versa. Zie je dat een ontmoeting heel erg goed verloopt dan kun je het riskeren geen andere konijnen "uit te proberen" maar dat bepaalde konijn gewoon meenemen.

Koppelen
De ontmoeting thuis verloopt bij elk konijn verschillend. Het eigen konijn zal een nieuw konijn in huis, hoewel zelf uitgezocht, toch vreemd vinden. Misschien wil hij gaan vechten om zijn positie in huis te behouden. Of misschien gedraagt hij zich onverschillig. Of wordt er al snel geknuffeld en gewassen. Het is belangrijk het gedrag te doorgronden en uit te vissen op welke manier de koppeling het beste werkt.

Bij thuiskomst staan twee kooien naast elkaar klaar, met ongeveer 7 cm. tussenruimte. De tussenruimte is belangrijk omdat de konijnen soms kunnen proberen elkaar door de tralies heen te bijten. Het is belangrijk dat ze in dezelfde ruimte zijn, zodat ze kunnen communiceren.
- Als het ene konijn spoedig gecastreerd/gesteriliseerd zal worden, of als dat onlangs gebeurd is, kunnen de eerstvolgende paar weken gebruikt worden om de twee als buren alvast aan elkaar te laten wennen.

De konijnen(wc)bak in de kooi kan het beste aan de kant gezet worden die het verst van de andere kooi af is. Groenvoer en biks kan het best gegeven worden zo dicht mogelijk bij de andere kooi. Eten is een sociaal gebeuren en zo zijn de konijnen gedwongen sociaal gedrag te vertonen en dicht bij elkaar te eten. Het is goed om de konijnen elke 24 uur van kooi te laten wisselen, zodat ze leren in elkaars lucht te leven. Zo wordt voorkomen dat ze te bezitterig worden op de eigen kooi en zich dominant opstellen.

Een paar maal per dag kun je de konijnen loslaten in een kleine neutrale ruimte. Geschikte ruimtes zijn bijv. badkamer, badkuip, afgezet stukje van de gang etc. Elke plek waar je eigen konijn nog nooit geweest is, is goed. Er mag niets staan waar de konijnen onder of achter kunnen gaan en dus onbereikbaar worden, want ze moeten onmiddellijk gescheiden kunnen worden als er een gevecht dreigt te ontstaan. Scheiden houdt in dat ze ongeveer twee meter uit elkaar gezet moeten worden, dus niet terug naar de kooi. Plantenspuit en handschoenen moeten weer bij de hand gehouden worden. Let goed op de signalen van een konijn in de aanvalshouding. Kenmerkende oorstand schuin naar achteren en staartje omhoog, achterwerk iets omhoog, op het punt om aan te vallen. Zeg tegen het konijn dat hij lief is en duw hem een stukje achteruit. Blijft het konijn lelijk doen dan lijkt het er op dat dit toch geen geschikt maatje is.

Rangorde bepalen
Jagen de konijnen elkaar na en rijden ze op elkaar, dan hoort dat bij de rangorde bepaling. Houd ze regelmatig even uit elkaar zodat ze tot rust kunnen komen. Keren ze zich naar elkaar en vliegen ze elkaar aan, dan is het een verloren zaak te proberen deze konijnen te koppelen.

Vechten
Het is heel belangrijk dat je de konijnen niet laat vechten op leven en dood en dat je alles doet wat in je macht ligt om dat te voorkomen. Maar, is er enig agressie in het spel of ontstaat een ongelukkig gevecht,dan is het belangrijk dat je de verschillende signalen van agressie begrijpt. Er zijn namelijk verschillende soorten gevechten.
- De ergste is het "ik haat je" gevecht, waar het ene konijn op de ander afgaat met de bedoeling om aan te vallen. Vaak liggen de oren schuin naar achteren en de staart staat omhoog. Als je nog een konijn moet uitkiezen als toekomstige partner dan is dit konijn geen goede keus.
- Het tweede type gevecht begint meer als een schermutseling en heeft te maken met het vastleggen van de rangorde. Zowel mannetjes als vrouwtjes rijden op elkaar om de dominantie te bevestigen. Als je twee konijnen hebt die beide dominant willen zijn zullen ze zich verzetten tegen het rijden en proberen te bijten om te zeggen "stop daar mee!" De konijnen vlinderen om elkaar heen, al bijtend, en de plukken haar vliegen in het rond. Dit kan heel gemakkelijk in een hevig gevecht ontaarden omdat geen van beide toe wil geven.

Als je het gevoel hebt dat één van de twee dominant zal zijn, kun je het onwillige ondergeschikte konijn aaien terwijl je zachtjes praat. Het andere konijn kan even rijden. Na een paar keer rijden kun je het dominante konijn zachtjes wegduwen. Het dominante konijn mag even rijden maar niet te veel.

Water spuiten
Met water spuiten is niet zo leuk, maar het is beslist noodzakelijk om de geringste vorm van gevecht te voorkomen. Hoofdzaak van het koppelen is vertrouwen - de konijnen moeten leren elkaar te vertrouwen. Elk gevecht zal averechts werken enmaken dat de konijnen nog argwanender naar elkaar doen. Verder kunnen ze elkaar lelijk verwonden, dus laat twee konijnen het nooit zelf maar uitzoeken.

Kort bij elkaar
Bij de eerste kennismaking/koppeling is het het beste de konijnen maar kort bij elkaar te laten, niet langer dan 15-30 minuten, zelfs misschien veel korter. Dat hangt van hun gedrag af. Laat ze zo mogelijk drie keer per dag bij elkaar, met tussenpozen van 6 tot 8 uur. Is dat niet mogelijk vanwege werkzaamheden buitenshuis, dan toch de konijnen elke dag korte tijd samenzetten.

Vooruitgang
Als je ziet dat de konijnen eerst wilden vechten maar na een poosje onverschillig gaan doen, is er vooruitgang geboekt. Als ze eerst onverschillig waren en nu nieuwsgierig naar elkaar doen, is er ook vooruitgang geboekt.

Schijnbare onverschilligheid is geen teken van ongeïnteresseerdheid. Konijnen die niet in elkaar geïnteresseerd zijn gaan niet op slechts een paar meter afstand van elkaar liggen. Voorzichtig peilen ze op deze manier of ze elkaar kunnen vertrouwen. Let op andere tekenen. Gedragen ze zich relaxed? Wassen ze zich? Hoppen ze rond alsof alles normaal is? Dan beschouwen ze het andere konijn niet als een bedreiging. Hoogstwaarschijnlijk zal de afstand tussen hen steeds kleiner worden, en op een goede dag liggen ze ineens tegen elkaar aan te slapen...

Als de konijnen nieuwsgierig naar elkaar zijn zullen ze aan elkaar gaan snuffelen. Misschien zal de één gelikt willen worden door de ander, en zijn kop omlaag doen. Het ene konijn zal opgewonden het andere willen berijden. Dat kan een paar minuten toegelaten worden, maar dan is het beter als je dit konijn afleidt, om het andere konijn rust te gunnen. Het rijden op elkaar is zeer belangrijk en moet niet helemaal verhinderd worden, omdat het nodig is voor de bepaling van de rangorde. Als de rangorde eenmaal vastgesteld is, zal het rijden verminderen en tenslotte helemaal stoppen.

NB. Waar wel op gelet moet worden is dat het konijn niet andersom, dus op de snuit van het andere konijn gaat rijden. Er is een kansje dat het vrouwtje zal bijten en per ongeluk de penis afbijt, het mannetje kan lelijk in de geslachtsdelen van het vrouwtje bijten. Dit gebeurt weleens...

Opperkonijn                                        

                  
konijnen is er één altijd Opperkonijn, en het is belangrijk dat de konijnen beseffen dat in dit geval jij dit bent. Ze zullen proberen de baas te spelen, dus om overwicht te houden mag het heft niet uit handen gegeven worden. In de konijnenrangorde legt het Opperkonijn de regels vast en de konijnen moeten dit accepteren. In dit geval leer jij ze dat ze elkaar niet aardig hoeven te vinden, maar dat ze zich wel netjes moeten gedragen. Vechten is niet toegestaan.
Een effectief hulpmiddel hierbij is je stem, je kunt de konijnen door hun eerste koppelproces heenpraten. Ze luisteren naar je stem en reageren daar meestal goed op, dat kun je merken. "Sjaak, lief doen!" "Snuffie, niet rijden! Dát is een lieve meid!" Beloon positief gedrag met vriendelijke woorden, en verbied ze slecht gedrag. Groenvoer geven, zoals een berg hooi op de grond tussen ze in, werkt ook goed. Eten is een sociaal gebeuren bij konijnen, dus laat ze samen eten.

Niet te snel zonder toezicht
Als ze het goed met elkaar kunnen vinden mogen ze steeds langer samen zijn en ze mogen in een grotere ruimte rondlopen. In deze periode mogen ze nog steeds niet zonder toezicht gelaten worden, want door schrik of opwinding kan nog makkelijk een gevecht losbarsten. Als je dan niet onmiddellijk ingrijpt kan het voor altijd verkeerd gaan. Als ze eenmaal een paar uur goed met elkaar doorbrengen, mogen ze in een grote ruimte, waar ze ook samen kunnen eten en waar konijnen(wc)bakken (of kartonnen dozen met een laag organische vullig en een dikke laag hooi) staan. Die kunnen ze gebruiken en ermee spelen, zonder dat er een strijd om het bezit zal losbarsten. Nu kunnen ze ook een korte poos alleen gelaten kunnen worden, even een boterham smeren bijvoorbeeld... Op een gegeven moment is de mensenlijke aanwezigheid niet meer persé noodzakelijk en kunnen ze steeds langer alleen gelaten worden. Het is wel belangrijk dat je de eerste tijd altijd in de buurt blijft, om een oogje in het zeil te houden.

Vaak verloopt het hele proces met een stapje vooruit gevolgd door een stapje achteruit. Zolang het echter over het algemeen vooruitgaat is er niets om zorgen over te maken.
Zet de konijnen nog niet samen in één kooi, want dan ontstaat opnieuw het risico dat ineens irritaties losbarst en de konijnen in de kooi gaan vechten. Zet twee kooien naast elkaar en laat de konijnen beslissen waar ze willen wonen. Kiezen ze dezelfde kooi omdat ze steeds bij elkaar willen zijn, dan is het belangrijk dat deze altijd open staat, zodat ze elkaar toch kunnen ontlopen wanneer dat nodig is. Ook zwaar verliefde konijnen willen van tijd tot tijd privacy.

Er zit geen schot in ...
Natuurlijk gebeurt het ook wel dat er geen schot in de koppeling zit. De konijnen vinden elkaars aanwezigheid goed, maar worden niet intiem. Hier zou je eigenlijk een duwtje moeten geven. Er zijn wat trucjes voor om de konijnen intiemer te krijgen, zoals bijvoorbeeld verandering van locatie. Je kunt ze op een andere plek zetten, in een kleinere of grotere ruimte. Verandering van omgeving kan maken dat de konijnen dichter tegen elkaar aankruipen, omdat alles vreemd is. De meeste konijnen vinden bananen heerlijk. Er kan wat banaan op het voorhoofd gesmeerd worden, zodat ze elkaars kop af gaan likken. De twee konijnen tegelijk op hun neus aaien maakt ook vaak dat ze hun koppen tegen elkaar duwen.

- Je kunt ook rustig afwachten. Wanneer twee konijnen het goed met elkaar kunnen vinden, dus elkaar goed tolereren en geen ruzie maken, groeien ze gaandeweg meestal steeds meer naar elkaar toe. Vaak zie je dat na 1 of 2 jaar de konijnen altijd elkaars gezelschap opzoeken, elkaar wassen, tegen elkaar slapen etc. Ze hebben dan hun eigen tempo bepaald, en daar is eigenlijk niets verkeerds aan.

Tips voor mensen die toch graag twee konijnen willen koppelen al gaat het moeilijk....

Als de konijnen ruziemaken, kan stressen juist helpen om ze te koppelen. Het idee achter stress is dat ze te bang zijn om te vechten, en ze bij elkaar kruipen voor troost. Als ze er eenmaal aan gewend zijn om troost te vinden bij elkaar zullen ze (hopelijk) niet snel meer vechten.

De meeste konijnen houden niet van autorijden. Dus ze kunnen bijvoorbeeld meegenomen worden op een autorit van ongeveer 10-30 minuten. Beste is dit met twee mensen te doen, de één rijdt en de ander let op de konijnen. De konijnen worden in een grote kartonnen doos gezet, met de bovenkant open (tijdens heen en weer lopen naar en van de auto moet de doos gesloten zijn!). Door de vreemde lucht, het bewegen van de auto en het lawaai zullen de konijnen tegen elkaar aankruipen. Vriendelijk aaien onderweg stelt ze een beetje gerust. Eenmaal thuis teruggekomen kunnen ze heel even bij elkaar gezet worden. Omdat ze onder de indruk zijn zullen ze waarschijnlijk niet direct aan vechten denken. Voordat ze helemaal van de schrik bekomen zijn moeten ze gescheiden worden en in hun kooi gezet. Zo hebben ze een prettige niet-vecht herinnering aan elkaar en zulke herinneringen moeten ze zoveel mogelijk krijgen.

Natuurlijk zijn er altijd konijnen die autorijden wel heerlijk vinden.. deze truc werkt dus niet bij hen.

Na de tweede of derde keer stressen kunnen ze gelijk daarna op een neutrale plek gezet worden en daar kun je ze 10-20 minuten laten blijven. Het duurt even om de stress kwijt te raken, en omdat ze zwaar onder de indruk zijn zullen ze gedurende die tijd niet aan vechten denken. Hopelijk leren ze zo elkaar te vertrouwen. De "na"-tijd kan steeds verlengd worden. Als het lukt om ze een uur tamelijk vreedzaam samen te laten zijn in de neutrale ruimte, kun je de volgende keer proberen ze samen te zetten zonder ze eerst te stressen.

Verandering van locatie
Als
je helemaal vastgelopen bent en er zit geen vooruitgang meer in het koppelen omdat de dieren telkens ruziemaken, moet er een andere locatie gezocht kunnen worden om verder met ze te werken. Dat kan betekenen dat ze naar een verdieping in je huis gaan waar ze nog nooit geweest zijn. Of naar de badkamer, ook een plek waar een konijn meestal niet komt. Badkamers worden vaak gebruikt als neutrale ruimte omdat die ongeveer de goede maat hebben. Maar je eigen konijn weet nog steeds dat hij in zijn eigen huis is, en dat zijn territorium vlak in de buurt is. Een betere oplossing zou zijn om een uurtje naar het huis van een vriend/vriendin gaan, dat is een perfecte neutrale omgeving. Dit kan gecombineerd worden met stressen. Het autorijden naar het andere huis betekent stress, en het verblijf in het vreemde huis is ook stress. Grote kans dat de konijnen dicht tegen elkaar aan kruipen om troost te vinden. Weer thuisgekomen moeten beide direct terug in hun eigen kooi, ze mogen alleen in die nieuwe neutrale ruimte samen rondlopen.

Deze manier is zelden nodig, maar handig als je een moeizame koppeling hebt.

 

 

Geforceerd knuffelen
De konijnen worden naast elkaar gezet. Eén hand op hun ruggen zodat ze moeten blijven zitten. Met de andere hand hun neuzen zachtjes aaien. Ze ontspannen en vinden de aandacht prettig, terwijl ze tegelijkertijd samen met het andere konijn zijn. Hopelijk gaan ze dit samenzijn associëren met prettige gedachten en vinden ze elkaar minder bedreigend.

Veel keutels....
Er zullen vooral in het begin veel keutels te zien zijn. Wilde konijnen, die in verschillende kolonies (konijnenfamilies) wonen, markeren hun gebied door keutels te laten vallen. Zo weet de andere kolonie dat daar de grens is, die ze niet mogen overschrijden. Dit gedrag in huis wordt vaak als onzindelijkheid gezien, maar dat is het dus niet. Als er een hekje tussen twee konijnen staat moet je niet verbaasd zijn als je kleine cadeautjes langs dit hekje vindt. Dit markeren gebeurt bij een afscheiding, of door de hele kamer als ze overal elkaars lucht kunnen ruiken. In het begin van het koppelen kunnen de konijnen zich als twee kolonies beschouwen, en hun gebied willen markeren. Als de konijnen een stelletje zijn geworden verdwijnt dit gedrag over het algemeen. Maar hoe meer konijnen in je huis wonen, hoe meer er gemarkeerd zal worden


 

 

            

 

verzorging in de zomer

 

In het voorjaar heeft het konijn langzamerhand kunnen wennen aan gras, dat zeer eiwitrijk is wanneer het pas begint te groeien. Van jong gras kan een konijn beter niet te veel eten, want te veel eiwitten in het dieet veroorzaakt overproduktie van blindedarmkeutels. Maar in de zomer is het gras niet meer te eiwitrijk, en kan een konijn er naar behoefte en zonder problemen van eten.
Een buitenhok mag 's zomers nooit op het zuiden staan, want 's middags staat de zon dan recht op het hok te branden. Het konijn, dat zijn warme bontjas niet uit kan trekken, kan daardoor oververhit raken.
In het voorjaar vindt een konijn het heel prettig om in het zonnetje te liggen, maar in de zomer zoekt het dier toch altijd de schaduw op.
De plek voor het hok kan het beste zo gekozen worden dat de morgenzon het hok nog wel kan bereiken, maar dat het >s middags koel staat. Het mooiste is wanneer het hok in de schaduw staat van natuurlijke begroeiing, zoals een boom of een grote struik. Drinkwater moet vanzelfsprekend altijd ruim voorradig zijn, het konijn zal op warme zomerdagen meer behoefte hebben aan vocht.

Hitte
In extreem warme zomers is vrijwel elke plek te warm voor een konijn, ook wanneer de zon niet op het hok schijnt. Als de buitentemperatuur hoger wordt dan 24oC kan een konijn al last van de warmte krijgen, stijgt de temperatuur boven de 27oC dan kan het slechter gaan eten, of zelfs stoppen met eten. Tijdens een hittegolf moeten er oplossingen gevonden worden om het konijn zo koel mogelijk houden, dit kan van levensbelang zijn voor het dier. Woont het konijn in een hok zonder uitloop (niet aan te bevelen) dan kunnen plastic flessen, voor driekwart gevuld met water, in het vriesvak van de koelkast gelegd worden. Wanneer de flessen bevroren zijn kunnen ze in het hok gelegd worden, en op die manier voor koelte zorgen. Ook een koelelement uit een koelbox kan voor dit doel gebruikt worden.
Heeft het konijn een ren waar het vrij in kan gaan dan zal het dier vaak onder het hok gaan liggen. U kunt daar wat stoeptegels neerleggen en die met de tuinslang natmaken, zo creëert u een koele plek. De tegels zullen regelmatig natgemaakt moeten worden. Vaak is het de beste oplossing om tijdens een hittegolf het dier naar binnen te halen, en een zo koel mogelijke plek in huis te geven. Als het voor een mens al te warm is om buiten te zijn, dan is het voor een dier met een bontjas aan immers helemaal niet uit te houden... Binnenshuis mag een konijn genieten van de koelte van een ventilator, zo lang het dier niet op de tocht ligt.of in de schuur met airco hierdoor heb je ook minder last van vliegen!

                                                                            

 

Hitteslag
Wanneer een konijn toch oververhit raakt spreken we van zonnesteek of hitteslag. Het konijn kan apathisch gedrag vertonen of slap languit liggen. De ademhaling is zeer snel, de ogen kunnen half gesloten zijn, de oren zijn extreem heet, het tandvlees en de binnenkanten van de oogleden kunnen donkerrood zijn. Het konijn dient onmiddellijk in een zo koel mogelijke omgeving gebracht worden. Via de oren regelt een konijn de lichaamswarmte, afkoelen kan daarom gebeuren door met lauw water de oren steeds af te sponsen. IJskoud water of ijsklontjes mogen niet gebruikt worden, want hierdoor zullen de aderen in de oren zich samentrekken, met als gevolg dat het konijn de lichaamswarmte helemaal niet meer kwijt kan. Wanneer het konijn niet te apathisch is om te drinken krijgt het, middels een spuitje, beetjes lauw water toegediend. Is de situatie na 5-10 minuten niet verbeterd, dan kan de vacht voorzichtig wat nat gemaakt worden. Knapt het konijn binnen een half uur niet op, dan is dierenartsenhulp gewenst. Tijdens de rit naar de dierenarts moet het dier zo koel mogelijk gehouden worden. Een manier hiervoor is om bijv. pakken diepvriesvoedsel in theedoeken te wikkelen, en dat om het konijn heen te leggen.

Hok schoonhouden
's Zomers is het nodig het hok vaker schoon te maken dan >s winters, dus minstens tweemaal per week. De mesthoek kan, indien nodig, nog vaker even verschoond worden. Door het hok zo schoon mogelijk te houden worden vliegen op een afstand gehouden. Heeft het konijn last van aangeplakte uitwerpselen, dan is het zaak om ook het dier goed schoon te houden om geen groene vliegen aan te trekken. Deze vliegen, die de gevaarlijke madenziekte veroorzaken, komen af op de lucht van urine en uitwerpselen. Ter bescherming tegen vliegen kan evt. fijne vitrage over het hok gehangen worden.

Madenziekte
Groene vliegen zijn opruimers in de natuur, ze ruimen rottend vlees en uitwerpselen op. Bij een konijn dat bevuild is door uitwerpselen of urine leggen ze eitjes in de vieze vacht. Binnen 24 uur komen uit de eitjes maden, die zich in minder dan 4 uur bij het konijn naar binnen eten en giftige stoffen uitscheiden, die bloedvergiftiging veroorzaken. Zonder snelle behandeling kan een konijn hieraan binnen twee dagen overlijden. Een buitenkonijn moet dagelijks goed nagekeken worden op wondjes en/of ongerechtigdheden. Worden maden ontdekt, meestal in de streek onder de staart, dan is dat een spoedgeval voor de dierenarts.

Konijnenziekten
Vooral in de zomermaanden is het gevaar op Myxomatose groot. In feite begint het risico einde voorjaar en loopt door tot de herfst, of zelfs langer als de winter bijzonder zacht is. De ziekte wordt verspreid door stekende insecten maar voornamelijk door muggen. Myxomatose is nauwelijks te genezen en kan alleen voorkomen worden door tijdige preventieve inenting. Veel dierenartsen hebben in het voorjaar en in het najaar een speciale inentingsdag, waarop konijnen tegen een lage prijs ingeënt kunnen worden.
Tegelijk met de inenting tegen Myxomatose wordt meestal ingeënt tegen VHS, een andere dodelijke konijnenziekte. Ook bij deze ziekte is nauwelijks genezing mogelijk, en is preventieve inenting gewenst


 

Verzorging in de winter

Jonge konijntjes (tot ca. 4 maanden) zijn te kort in hun leventje buiten geweest om nu al een wintervacht te hebben ontwikkeld. Zij kunnen last van de kou krijgen. In deze vorstperiode kunnen ze beter in een vocht- en tochtvrije schuur of garage gezet worden, uit de wind en de ergste kou. Vocht- en tochtvrij is belangrijk anders kan een konijn ziek worden. Zorg dat ze voldoende daglicht krijgen.

Konijnen die de hele zomer en herfst buiten hebben doorgebracht, hebben een dikke wintervacht ontwikkeld, en kunnen buiten blijven tot ca. 10 graden vorst. Voorwaarde is dat het hok luw staat, met de opening van de wind af, en dat er een nachthok is. In het hok en nachthok wordt extra dik stro gedaan. 's Nachts kan een juten zak voor de opening gehangen worden, of er kan plexiglas voor gedaan worden. In het laatste geval moet er gezorgd worden voor een brede kier, voor frisse lucht. 

De ren moet aan de windzijde afgeschermd worden.

Het drinkwater bevriest nu voortdurend, en het is nodig om vaker per dag vers water te geven, het beste lauw water. Doe dit op vaste tijden, zodat het konijn weet wanneer het kan drinken. Wanneer je konijn direct gaat drinken heeft het voldoende vocht naar binnen voordat het water bevroren is. Vooral ook 's avonds voordat je naar bed gaat nog een keer je konijn laten drinken. Suiker in het water is af te raden, het water bevriest toch, en suiker is schadelijk voor de blindedarmflora.

Een flesje kan geïsoleerd worden met een dikke sok o.i.d., maar meestal bevriest het water in het tuitje snel, zodat er een klont ijs in zit. Het beste is een waterbak, die in stro wordt gezet. (Let op dat je konijn niet precies een jolig konijn is dat met een waterbak gaat smijten.) Stro isoleert en houdt bevriezing van het water enigszins tegen. 

Als het harder gaat vriezen dan 10 graden met meestal een snijdende oostenwind kunnen konijnen beter in een vocht- en tochtvrije schuur of garage gezet worden, of zorg er voor dat je konijn diep in stro kan wegkruipen. (Immers verblijven wilde konijnen in holen beneden de vorstgrens, wat tamelijk warm is en in elk geval uit de wind.) Kies je voor schuur of garage zorg er dan voor dat er geen uitlaatgassen zijn en dat er voldoende frisse lucht en licht binnen komt. In een schuur met ramen kan de temperatuur op een zonnige dag nog flink oplopen, waardoor het voor je konijn te warm kan worden. Laat daarom op zulke dagen de deur of een raam open.

Konijnen zullen in de winterkou ijskoude oren hebben. Hoe weet je of ze het te koud hebben? Controleer of de lichaamstemperatuur goed is, door in de nek te voelen, vlak onder het achterhoofd, daar moet het warm zijn. Wordt een koud konijn even onder de jas genomen, dan moet het dier onmiddellijk warm worden. Blijft het ook onder de jas (nog lange tijd) koud, dan moet het dier op een warmere plaats gehuisvest worden.

Konijnen die om welke reden dan ook in huis gehaald worden, kunnen, tenzij ze ziek zijn, een paar dagen in een koeler vertrek wennen, en dan zonder bezwaar in verwarmde kamers wonen. Ze kunnen dan niet terug naar buiten, maar moeten tot het voorjaar binnen blijven wonen. 's Winters kan een buitenkonijn niet binnen in de warme kamer spelen en daarna weer in een buitenhok gezet worden, het dier zou ziek kunnen worden door de grote temperatuursverschillen.

Zieke konijnen die in huis gehaald worden, moeten direct in een warme kamer, omdat een ziek konijn veel warmte nodig heeft.


                                    

Zindelijk maken

HOE MAAK IK MIJN KONIJN ZINDELIJK?              

Sterilisatie/castratie: is De Eerste Stap.

Het belangrijkste wat je moet onthouden is dat je konijn waarschijnlijk geen goede >konijnenbak= gewoontes zal krijgen/houden als hij/zij niet gesteriliseerd/gecastreerd wordt als hij/zij de seksuele volwassenheid bereikt. Geslachtshormonen geven konijnen een ongecontroleerde drang om hun territorium te markeren met plas en extra ruikende keutels. Sterilisatie/castratie zal dit gedrag grotendeels tegengaan. Na sterilisatie is er ook geen risico meer van kanker aan de baarmoeder/eierstokken. Ook geen schijnzwangerschappen meer. En gesteriliseerde/gecastreerde konijnen hebben ook geen last meer van seksuele gefrustreerdheid, en stoppen met sproeien.

NB Jonge konijntjes kunnen nog niet gecastreerd worden, dat kan pas vanaf 5-6 maanden. Vertonen ze toch onvoorwaardelijk zindelijk gedrag dan is dat gewoon mooi meegenomen. Veel jonge konijntjes zijn uit zichzelf keurig zindelijk en doen hun behoeftes in 1 bepaalde hoek, of gaan voor dat doel netjes terug in de kooi. Maar het is niet vreemd als het aanvankelijk niet lukt een jong konijntje echt goed zindelijk te krijgen.


konijnenbak of kattenbak...?

Gebruik de goede bak!
Om je konijn te trainen om de bak te gebruiken op een bepaalde plek, moet je een bak kiezen, die de goede maat heeft voor je konijn. Dwing een klein dwergkonijn niet om in een enorme bak met hoge randen, ontworpen voor een grote kat, te springen -- en laat je Franse Hangoor zich niet in een mini-toilet wringen. De konijnenwc moet gemakkelijk zijn, en op een rustige, ongestoorde plek staan.

 

 

Welke vulling is veilig voor konijnen?

 

Klontvormende kleikorrels zijn om twee redenen gevaarlijk. De eerste is dat het ingeademde stof ademhalingsproblemen kan veroorzaken. De tweede is, dat het ingeslikt kan worden omdat het van de poten gelikt wordt, of als knapperige lekkernij uit de bak wordt gegeten (ja, sommige konijnen doen dat!). In dat geval absorbeert de droge klei vitale vloeistoffen uit de darmen en dat kan ernstig uitwerken op de darmen en tragere darmfunctie tot gevolg hebben. Pas nog heb ik bericht gekregen van een konijntje met een verstopping. Een operatie wees uit dat het diertje een grote klomp klei in zijn darmen had. Dit dier is op het nippertje gered. Zo'n operatie loopt echter vaak fataal af.. dit konijntje heeft geluk gehad.
Kleikorrels zoals bijv. Schep & Schoon van Albert Heyn zijn daarom ten zeerste af te raden.

Gewoon zaagsel, dat meestal van pijnbomen gemaakt is, kan beter niet gebruikt worden. Dit zaagsel bevat sterke aromatische bestanddelen die leverbeschadiging veroorzaken als het ingeademd wordt. Aubiose, hennepvezel en geperste organische bodembedekking zijn geschikt. Gebruik verder geen organische korrels die geparfumeerd zijn!!

Je konijn wennen op de bak te gaan!

Als je een veilige, gemakkelijke bak hebt, zet hem dan op een plek waar je konijn prettig kan verblijven. Een afgezette plek, waar hij steeds moet blijven, afgezien van korte tijden dat hij even rond mag lopen om te rennen en te spelen. Je kunt de bak in een puppy-ren zetten, of in de badkamer, of zet hem in een hoek van een washok. ( Zorg ervoor dat er geen apparaten staan zoals wasmachines etc. waar je konijn achter kan kruipen. Werk slangen en elektriciteitsdraden e.d. goed weg!! Dicht kieren af tussen wasmachine e.d. en de muur.) Een hal die nauwelijks gebruikt wordt is ook goed. Een stukje van de kamer kan afgezet worden met gaas. Alles is goed als de plek maar klein is, maar toch prettig en aantrekkelijk voor je konijn. Zet indien nodig een babyhek in de deuropening van het vertrek waar het konijn moet blijven. Zet de konijnenwc in het vertrek, of puppy-ren, en zorg ervoor dat er genoeg water is, voer, speelgoed en fijne plekken om te slapen (kooi..?). Dit zal de thuisbasis zijn voor je konijn en moet zo prettig mogelijk gemaakt worden. Het zal een paar dagen duren voordat je konijn betrouwbaar gebruik maakt van de bak. Hij zal waarschijnlijk de omgeving markeren als hij er gaat wonen. Het kan helpen als je de Aongelukjes@ (het zijn geen ongelukjes) opdept met een doek, en de doek in de bak legt. Hij zal het snel snappen! Net zoals katten vinden konijnen het fijn hun behoeften te doen op een mooie, absorberende plek zoals een schone konijnenbak.


Toiletbak, speciaal voor konijnen ontworpen.


Handige driehoek, ook voor in de kooi.

Vaak helpt het als je een handvol goed hooi in een schone hoek van de bak legt, om het konijn aan te moedigen de bak te gebruiken. Je konijn zal vaak in de bak zitten, gelukkig kauwend aan het ene eind, terwijl aan het andere eind het geproduceerde product er uit komt...! Misschien vinden sommige mensen dit een beetje vies, maar konijnen vinden hun keutels niet vies. Sommige konijnen zullen zelfs in de konijnenbak slapen! Zolang de bak regelmatig verschoond wordt is dit geen probleem: konijnenkeutels zijn hard, droog en nagenoeg geurloos. In feite zijn konijnenkeutels de beste natuurlijke, organische mest voor je tuin die je kunt krijgen! Maak een groentetuin, mest met de keutels (inclusief het organische vulsel) en geniet van het eindresultaat van recycling!

Als je konijn eenmaal betrouwbaar is wat betreft de zindelijkheid, kun je langzamerhand zijn vrijheid vergroten. Zorg ervoor dat hij altijd naar zijn bak kan als hij vrij rondloopt in huis. Er is altijd een kans dat hij een tweede plek in huis kiest om zijn behoefte te doen. Als hij dat blijft doen, zelfs na het gebruik van de plantensproeier (..foei!..) en het schoonmaken van de plek met schoonmaakazijn, zul je moeten zwichten en nog een bak neer moeten zetten. Of twee! Maar een konijnenbak ruik je niet, als hij regelmatig verschoond wordt en er zijn geur bussen te verkrijgen speciaal voor konijnen    Succes!   

                                                 

                                            
                                               
                                         

                                            

Wat zien konijnen?

Veel Konijneneigenaren willen graag weten hoe de wereld er nou uitziet voor hun Konijn. Waarom is het voor een Konijn lastig om voedsel te vinden dat recht voor zijn gezicht ligt?
Waarom schrikt mijn Konijn als ik met een doos of grote boodschappentas binnenkom?
Kunnen Konijnen kleuren zien?

Het eerst wat je wil bedenken is dat het gezicht van een Konijn onder hele andere evolutie eisen is geëvolueerd dan die waardoor onze ogen zijn geworden wat ze zijn.
Wij, primaat zoals onze aapachtige neven, hebben recht vooruitkijkende ogen met vermogen om afstand en diepte waar te nemen. Dit is van belang voor dieren die van origine door bomen springen. En we hebben eveneens een perfecte kleurenwaarneming, iets wat onze voorouders hielp bij het vinden van rijp fruit en lekkere bloemen in het woud.

Het gezichtsvermogen van Konijnen is ontworpen om snel en adequaat roofdieren waar te nemen uit vrijwel iedere richting. De ogen staan hoog aan de zijkant in de schedel en zorgen ervoor dat het Konijn bijna een hele cirkel waar kan nemen, en ook nog boven hun hoofd iets kunnen zien.
Konijnen zijn nogal verziend, dat zou de oorzaak kunnen zijn dat ze schrikken van een vliegtuig wat wij amper kunnen zien.
(Het kan een havik zijn! Vlucht!)

De prijs die hij hiervoor betaalt is een blinde vlek in het midden van zijn gezichtsveld, maar zijn neusvleugels die naar voren staan en zijn beweeglijke Lepeloren compenseren dit.
Bij een dier met rechtvooruitkijkende ogen, overlappen de gezichtsvelden van beide ogen elkaar. De blinde vlek van het Konijn belet hem een 3-d object in de buurt te kunnen zien.
Als je Konijn zijn hoofd schuin houdt en schuin naar je kijkt, kijkt hij je in feite zo recht mogelijk aan. Voor zover we weten heeft hij niet dezelfde dieptewaarneming als een primaat op zo'n korte afstand.

Hoe zit het met kleurwaarneming? In het algemeen hebben de gelede dieren twee verschillende lichtontvankelijke cellen in hun retina’s: staafjes en kegeltjes.
De kegels zorgen voor de hoge resolutie en als er verschillende types zijn, dan zorgen ze ook voor de ontvangst van verschillende golflengtes van afzonderlijke kleuren. Wij mensen hebben bijvoorbeeld 3 verschillende types kegels die gericht zijn op groen, blauw en rood.
De verschillende gevoeligheid van elk kegel type maakt het voor ons mogelijk de verschillende golflengtes van licht waar te nemen als de kleuren van de regenboog.

Gedragsstudies die in de 70er jaren zijn gedaan wijzen er op dat het Konijn een beperkt vermogen heeft om verschillende golflengtes waar te nemen, zodat ze die zien als verschillende kleuren. Ze kunnen een verschil zien tussen wat wij groen en blauw noemen. Hoewel ze waarschijnlijk deze kleuren niet ervaren zoals wij dat doen, houden ze ze dus wel uit elkaar.
Dat betekent dat ze dus een beperkte kleurenwaarneming hebben, die bepaald wordt door 2 verschillende kegels (blauw en groen).

De andere lichtontvankelijke cel, de staaf, heeft een hoge gevoeligheid in schemersituaties maar heeft een mindere resolutie (korrelachtig beeld).
De Konijnenretina heeft een veel hogere ratio van staven dan die van de mens. Alhoewel het Konijn dus veel beter ziet in schemer, heeft dit beeld een lagere resolutie dan ons daglichtbeeld dat gevormd wordt door de kegels in de retina.

Nu vraag je je misschien af: kan mijn Konijn mij wel zien, of ben ik slechts een Vage Vlek?
Terwijl je dit leest, focus je op de letters met een klein deel van de retina wat fovea heet.
Dit is een minuscuul kegelvormig deukje in de retina, helemaal gevoerd met hoge resolutie kegels.

Konijnen hebben ook kleine gebiedjes in de retina’s met meer kegels dan staven. Maar de area centralis is geen deukje, en het heeft minder kegels dan onze fovea. Het plaatje wat door de area centralis wordt gevormd is korrelig, vergeleken met wat onze fovea vormt, maar het Konijn heeft er iets aan.
Hij combineert dit plaatje samen met jouw stem, jouw bewegingen en jouw geur om jou, zijn Liefste Mens, te herkennen. Maar dan moet je dus niet totaal anders lijken door een grote tas of doos!

Als je wat meer weet over hoe een ander wezen de wereld ziet, werkt dat er aan mee om het gedrag beter te begrijpen, en zo kunnen we dan ons eigen gedrag aan passen om het voor allemaal makkelijker te maken.
Vergeet dit niet als je Konijn je de volgende keer aan zit te staren met zijn prachtige ogen.
              

                                                      

                                         

                                 
  

  

 

Knagen

Een konijn heeft een gebit dat steeds doorgroeit. Om te zorgen dat dit gebit goed blijft werken, is knagen een levensbehoefte.
Hiervoor kun je takken en hout geven.
Om te zorgen dat de kiezen goed in vorm blijven is gras voeren ook verstandig. Wel altijd met mate en geen grote hoeveelheden nat gras.

Denk er bij takken aan dat die van een onbespoten boom moeten komen. Liever ook niet van langs de weg.
Wilgentakken zijn vaak erg geliefd, dat zijn bijvoorbeeld die takken die je voor Pasen kunt kopen, die gedraaide. Als je er een in de grond steekt, wordt die heel snel een boom waar je konijn nog jaren plezier van heeft.

 

 Wilgentakje

 

Andere takken die je kunt geven zijn:

  • Beuken, zowel haagbeuk als beukenhaag.
  • Appel- en perentakkken.
  • Hazelaar.
  • Vlier.
  • Berken, vooral jong schot.
  • Eik.
  • Braam en framboos.

Takken die je niet moet geven zijn:

  • Kersen, perzik, abrikoos en pruim.
    Het hout, blad en de bast van deze bomen bevat namelijk een kleine hoeveelheid cyanide, die er pas na een maand drogen uit is.
  • Esdoorn (de grote).
  • Wilde kastanje.
  • Liguster (gewone heg).
  • Coniferen.

TAXUS is dodelijk giftig.

Wat je niet moet geven maar wat wel vaak door winkels wordt aangeraden, zijn lik- en knaagstenen.
Deze bevatten veel calcium en kunnen daarom blaasstenen veroorzaken.
Vaak zit er ook nog kleurstof en zout in.
Ook worden er knaagstokken verkocht, met zaadjes en bijvoorbeeld honing. Over het algemeen bevatten deze veel vet en suiker en zijn daarom dus geen aanraders.
  

                                                              

                                                                                                              

 

                     


  

  

                                                                      

Nagels knippen 

Vooral konijnen die binnen wonen kunnen last krijgen van te lange nagels. Omdat ze dan bijvoorbeeld ergens achter kunnen blijven hangen en af kunnen scheuren, is het verstandig om ze te knippen.
Als ze af scheuren zou je ontstekingen kunnen krijgen.
Bij lichte nagels kun je het leven zien. Daar wil je boven blijven als je knipt. Bij donkere nagels is dat veel lastiger.
Makkelijker is dan om aan te houden dat de nagel gelijk loopt met het harige "kussentje" dat onder de pootjes van een konijn zit.
Je zou het leven kunnen zien als je er een zaklamp achter houdt, maar dan moet je toch met minstens 2 mensen zijn en dat is lang niet altijd het geval.

 

 Zwart = leven

 

 

 

 

 

 Nagel te lang

Plaats waar je wilt knippen 

 

Er zijn verschillende knippers die je kunt gebruiken. Ik gebruik zelf altijd een speciale konijnen knipper, Het fijnste is als je er een beetje makkelijk mee kunt knippen, want het is al een werk op zich.

Met veel konijnen zal het niet mee vallen om de nagels te knippen. Er zijn een aantal methodes denkbaar.

  1. Je draait het konijn in een hand- of theedoek. Dat betekent dat je hem op een theedoek zet en een rand over zijn voorpoten heen slaat. Vervolgens draai de doek om hem heen en speldt die eventueel vast. Dan haal je de poot er uit die je nodig hebt. Het makkelijkste is om hem op zijn rug te leggen, meestal verzet hij zich dan ook minder.
  2. Iemand anders houdt het konijn vast en jij knipt. Het makkelijkste is dan ook als de ander hem van zich af houdt, liefst een beetje liggend op haar bovenbenen en dat je dan knipt. Rustig aan, pootje voor pootje.
  3. Als je alleen bent en je hebt een konijn wat zich rustig houdt, kun je hem ook gewoon op zijn rug leggen en dan rustig aan knippen. Let wel op dat hij niet zomaar ergens vanaf kan vallen, bijvoorbeeld van de tafel op de grond.

Wat en hoe je het ook doet, je moet er wel altijd op bedacht zijn dat een konijn gekke dingen kan doen.Een konijn is van nature een prooidier. Als hij gevangen wordt zal hij zich altijd doodstil houden in de hoop dat de aandacht van de "jager" verslapt. Ondertussen zamelt hij heel veel energie op en als hij het idee dat de aandacht even weg is, explodeert hij als het ware met een grote snelle beweging, gericht op ontsnapping. Je kunt je dus voorstellen dat dat vreselijk verkeerd af kan lopen.
Zorg er ook altijd voor dat je zoiets als nagels knippen op een rustig moment doet. Geen herrie in de buurt, geen poezen of honden die zich er mee komen bemoeien, liever ook geen kinderen die willen helpen. Het beste is ook om het niet even tussendoor te doen, dan ben je immers zelf gejaagd en dat voelt een konijn ook aan.

Als je per ongeluk toch in het leven zou knippen, is het verstandig om het bloeden te stelpen, desnoods met water schoon te maken en er eventueel wat verdunde Betadine op te doen.
Kijk het dan nog een paar keer na om zeker te weten dat het niet gaat ontsteken.

Op den duur krijg je er wel wat ervaring in en wordt het minder eng. Bedenk in ieder geval dat het voor het bestwil van je konijn is. Mocht het helemaal niet lukken, dan zijn de meeste dierenartsen wel zo, dat ze het tegen geringe kosten willen doen.


                                                                     

Vachtverzorging

                   

Konijnen verharen minstens 1 á 2 keer per jaar  Vaak veranderen ze dan ook van kleur, bijvoorbeeld van grauw naar grijsbeige. Het gaat meestal van de kop af naar de staart toe en soms kun je er makkelijk hele plukken af aaien.

Een aantal konijnen zal zich makkelijk laten borstelen of kammen.
Bij sommige konijnen is het zelfs van levensbelang dat dit gebeurt, zoals bij Angora's. Ook konijnen die hun tanden niet meer hebben moeten gekamd of geborsteld worden omdat ze zelf hun klitjes er niet meer uit kunnen halen. Als een konijn teveel haar in een keer binnenkrijgt kan er een haarbal ontstaan die tot GI stasis kan leiden. Dit kan dodelijk zijn.

Je kunt allerlei spullen gebruiken:
Een vlooienkam, een niet al te harde (nylon) borstel, een borstel met rubberen punten en zelfs een nat washandje of een natte hand.

Het is verstandig dit regelmatig te doen, zeker als je konijn het goed toelaat. Je ziet ook meteen of er vlooien of luizen zijn, of uitslag die op mijt kan duiden.

Vlooien kun je goed behandelen met Advantage. Je moet de dosering voor kleine katten aanhouden: 0,1 ml per kilo dier. Bij een Stelletje konijnen is het slim om het aan de staartbasis aan te brengen, daar likken ze elkaar over het algemeen niet. Bij een alleenstaand konijn kun je het in de nek doen. Mijt en luizen kun je het best door de dierenarts laten behandelen.
Voor mijt wordt meestal Ivomec gebruikt. Dit wordt met een injectie gegeven en vaak moet je nog een tweede keer terugkomen. Voor luis zijn verschillende behandelingen mogelijk.

Lang harige

Verzorgen van een angorakonijn

Mijn eerste konijn, Bindi, is een American Fuzzy konijn. Ik kreeg haar als een 10 weken oude baby en nam aan dat haar vacht op een of andere manier zichzelf zou verzorgen. Het kostte een jaar en heel veel onhandelbare klitten om er achter te komen dat haar vacht constante aandacht en verzorging eiste. Op een keer was haar vacht 20 cm lang! Ik vond het vreemd dat ze nooit echt verhaarde, maar het bleek dat de nieuwe haren vast kwamen te zitten in de oude vacht en daar klitten gaven. Ik knipte haar vacht kort om de plekken met klitten er uit te krijgen en ontdekte dat haar vacht veel beter te verzorgen was als hij kort was. Ook voelde Bindy zich veel lekkerder met die korte vacht en liep ze veel minder risico om grote hoeveelheden haar binnen te krijgen bij het wassen. Nu houd ik haar vacht dus kort en bij het knippen gebruik ik een schaar met een rond einde. Meestal worden die aangeraden als scharen voor vachtverzorging rond de bek, neus en oren van huisdieren.

Ik pak een plukje vacht met mijn duim en wijsvinger tussen haar huid en de schaar en knip het boven mijn vingers af. Het lijkt eerst een beetje piekerig, maar na een paar dagen groeit de nieuwe vacht er bovenuit en ziet het er egaal uit. Ik borstel haar dagelijks en sla geen dag over om de oude vacht eruit te borstelen, zodat die geen klitten vormt met de nieuwe vacht.

Uit ervaring weet ik dat een tondeuse niet werkt omdat de mesjes steeds verstopt raken door de fijne vacht en omdat het ervaring en vakmanschap vereist om ze correct te gebruikten. Daarnaast is er een risico om per ongeluk in de huid te snijden met de mesjes.

Wat ik geleerd heb over vachtverzorging van angora's
Houd de vacht kort: 0,5 tot 2.5 cm voorkomt dat er klitten ontstaan. Ook voorkomt het het onstaan van haarballen, het konijn voelt zich beter met een korte vacht en kan beter bij de anus om de blindedarmkeutels op te eten.

Gebruik voor de veiligheid een schaar met een rond einde. Knip altijd boven je vingers de vacht af en blijf intussen borstelen om losse haren te verwijderen.

Borstel je angora konijn elke dag tijdens je dagelijkse knuffelsessie om zo de losse haren te verwijderen.ik zelf gebruik een grote kam met 2 verschillende hoogte,s heel zachte borstels werken niet goed genoeg, terwijl de stalen kammen de gevoelige huid van het konijn beschadigen door te hard aan die huid te trekken dus wees voorzichtig met kammen

Als je een grote klit ondekt, trek die dan voorzichtig uit elkaar met je vingers en gebruik een kam om de vacht te ontklitten. Houd de pluk vacht aan de basis bij de huid vast om te voorkomen dat je aan de huid trekt en de huid beschadigt. De lange haren die je eruit borstelt kun je eruit knippen en als de klit klein genoeg is kun je hem er helemaal uitknippen.
Als je konijn een klit heeft die dicht op de huid zit, laat de klit dan eerst iets uitgroeien zodat je hem er veilig uit kunt halen. ook de pootjes aan de onderkant moeten worden ontklit

Doe het grote (ont) klittenwerk gedurende ongeveer een uur per dag (of zolang als je konijn het kan hebben ) per onderdeel van het lichaam. Werk de ene dag aan de wangen, de volgende dag aan de schouder enz. Laat het niet te vermoeiend worden voor je konijn door te proberen alles in één sessie eruit te halen.  

                                                                                                            

                                                                                            

  

  

  


  

Snoepen

Er zijn allerlei soorten konijnen- (en knaagdieren)snoepjes te koop. Als je er op gaat letten, zul je zien dat de meeste veel te vet zijn en/of te veel suiker bevatten.

Yoghurtsnoepjes en knaagstokken zijn hier een voorbeeld van.

Alternatieven:

  • Een klein stukje oud bruin brood. Pompoenpittenbrood of brandnetelbrood vinden konijnen erg lekker.
  • Af en toe een rozijn, maar hooguit 3 per dag.
  • (Gedroogde) bananenschijfjes.
  • variatiebox knaagknabbels van Hope Farms
  • Spinaziesnoepjes (spinach Yummies van Bogena).
  • Peterseliesnoepjes van Vitakraft.
  • (Gedroogde) kruiden en/of brandnetel. Deze vind je vaak van Vitakraft in de dierenwinkel maar je kunt eventueel ook in de natuurvoedingswinkel gaan kijken.
  • Een stukje fruit zoals appel is altijd goed maar met mate

                                                                                                                  

  


  

 

Drinken

 

Bij al deze voeding is een ding erg belangrijk: drinken.
Een konijn moet ongelimiteerd toegang tot vers water hebben. Sommige konijnen drinken veel vooral oudere konijnen, andere juist niet,daar is eigenlijk moeilijk een vaste richtlijn voor te geven. Als een konijn ook groenvoer
krijgt,zie je vaak dat hij veel minder drinkt,dan wanneer hij alleen pellets en hooi krijgt.Dat komt omdat hij dan heel veel vocht uit het groenvoer haalt.

Tijdens de winter maanden en uw konijn verblijft buiten kunt u tegen het bevriezen van het water wat druivensuiker of roosvicee in het water doen

Niet te veel natuurlijk en alleen als het water steeds bevriest of je konijn in de schuur zetten en heb zelf altijd een kacheltje bij extreme kou en heb dus geen last van water bevriezing ook voor je zelf handig met hokken schoonmaken.

 

 

                                                             


  

  

   

Hooi

 

Het primaire voedsel van een Natuurkonijn is gras. Daarnaast eet hij allerlei groenvoer, knabbelt aan takken en vindt wel eens wat fruit.
Het alternatief voor gras wat wij makkelijk aan kunnen bieden is hooi.  Hooi bevat vezels en voedinsgwaarde die een konijn nodig heeft.
Er is allerlei soort hooi te krijgen: hooi van de boer, duur speciaal hooi, oud hooi en vers hooi.
Als je meerdere Konijnen (en Knagers) hebt, kan het heel handig zijn om hooi bij de boer of een manege te kopen. Vaak heb je een baal hooi voor de prijs van een zak in de dierenwinkel.
Bij de dierenwinkel zie je vaak speciaal hooi met een smaakje of uit de Alpen. De meerwaarde hiervan kan zijn dat je Konijn misschien (nog) niet gewend is aan hooi omdat hij het eerder nooit kreeg, en die speciale hooien kunnen hem dan over de streep trekken. Ook een hongerstakend konijn kan er mee verleid worden.

Een combinatie van bodembedekker zou kunnen zijn:
zaagsel (houtkrullen) of (houten of papieren) kattenbakkorrels, daarbovenop stro en daar weer wat pukken hooi. Hooi is ook heerlijk om in te liggen. Dan zie je Pluis in het hooi liggen en af en toe een spriet naar binnen werken terwijl hij droomt van lieve Dames.
Dat ze er af en toe overheen piesen is geen ramp, maar je kunt ook een ruifje of een zelfgeknutselde houder gebruiken om het hooi in te doen.
Konijnen eten ook stro. Stro bevat ook vezel maar nauwelijks voedingswaarde en is ook veel te droog. Een konijn wat geen hooi krijgt en wel stro kan spijsverteringsproblemen krijgen.

Let bij hooi altijd op of het niet schimmelig en muffig ruikt en of het niet vochtig is.
Bewaar het zelf ook vooral op een droge en luchtige plaats.
Bied iedere dag een flinke pluk aan.

  

                                                                  

                                                                   

  

  

  


 

 

Hardvoer

Er zijn verschillende soorten hardvoer: gemengd voer of alleen groene brokjes (pellets of biks genoemd).
In gemengd voer zit een aantal dingen die minder goed zijn voor konijnen.
Zonnebloemzaden zijn erg vet en maïs bevat nogal wat suiker en onverteerbare delen.
Een ander probleem van gemengd voer is, dat je konijn vaak het lekkerste er uit zoekt en de rest laat liggen. En het lekkerste zijn dan juist de vetste en de zoetste dingen.
Alleen pellets ziet er misschien wel saai uit, maar die bevatten alles wat een konijn nodig heeft. Je kunt het eten een stuk minder saai maken door af te wisselen met groenvoer.
Ernaast geef je takken enzo om op te kangen.

Er is gekeken naar de samenstelling van diverse voeren. Er is een aanbevolen analyse gemaakt van wat de samenstelling van goed konijnenvoer moet zijn.
Wat er in het voer zit staat vrijwel altijd op de verpakking. En als je naamloos (schep)voer in de dierenwinkel koopt, kan daar waarschijnlijk wel iemand voor je nakijken wat er op de originele zak staat.

Dit moet in goed konijnenvoer zitten:

Ruw eiwit 17%
Ruw vet 3,2%
Ruwe celstof 16,5%
Mineralen 7,9%
Vitamine A 14.000 I.E./kg
Vitamine D3 1.200 I.E./kg
Vitamine E 80 mg/kg

Een hardvoer dat hier aan beantwoordt is HopeFarms Rabbits. HF kost per 15-kilo-zak rond de 9 euro, maar is vaak juist als (schep)voer per kilo erg duur. Let op bij de bestelling dat je echt de Rabbit bestelt. Het bestelnummer hiervan is 2602, noem dit erbij. Het blijkt namelijk zo te zijn dat dierenwinkels de Rabbit bestellen als konijnenkorrel en bij een Rabbit bestelling de Rabbit select voor je bestellen (die zo'n 20 euro kost).
Er zitten geen conserveringsmiddelen in en het is ongeveer een half jaar houdbaar. Je kunt het eventueel invriezen.
RusselRabbit is een mix voer met een analyse die goed beantwoordt aan dit beeld, het bevat alleen minder vezels.
R R is duurder. En je loopt daarbij dus het risico dat je konijn alleen de lekkere dingen er uit eet.

Alleen pellet voer is heel vaak voer speciaal voor fokkers van konijnen bedoeld. Daarom zijn veel pellet voeren veel vetter dan gewenst.
Waar je ook op moet letten is dat er geen medicijnen e.d. aan voer zijn toegevoegd.
Het gaat hier om anti coccidiose medicijnen die preventief gegeven worden door ze door voer te mengen. Robenidine of Meticlorpindol zijn twee van deze medicijnen.

Als je nu ander voer geeft en je wilt overschakelen op HopeFarms of RusselRabbit, doe dat dan geleidelijk. Wanneer je je konijn van de ene dag op de andere nieuw voer geeft, loop je namelijk de kans dat het diarree krijgt. Zijn darmen zijn immers niet zo snel aan het andere voer gewend.
Een goede methode van overschakelen is eerst een klein beetje bijvoorbeeld HF toe te voegen aan zijn vertrouwde voer. Dat hou je een tijdje vol en dan verhoog je de toevoeging en je vermindert het oude voer.
Je kunt bijvoorbeeld met een kwart beginnen en dan naar de helft gaan. Dan driekwart en daarna probeer je alleen HF.
Er zullen konijnen zijn die lang blijven weigeren om het vreemde nieuwe voer te eten. In dat geval heeft het nog meer tijd nodig.

zelf geef ik nu de casper-fauna food de konijnenkorrel sport dit is dan ook alleen bix waar alles in zit.

 

                                               


Groenvoer

Een konijn mag allerlei soorten groenvoer hebben.
Maar als je iets nieuws introduceert, moet je dat wel met kleine beetjes tegelijk doen. Een plotselinge overgang kan diarree veroorzaken. vaak gaan mensen, na een hele winter van hardvoer en peen, te veel groentes te gelijk geven Dan is de overgang te groot en krijgt het konijn diarree.

Groentes die ze niet mogen hebben :

  • uien/prei/knoflook /bieslook.
  • allerlei soorten bonen en hun schillen.
  • rabarber.
  • aardappelen en hun schillen (de schil kan behandeld zijn met een middel tegen uitlopen, wat ze extra giftig maakt).
  • avocado.
  • sla in geen geval

Groentes die ze wel mogen hebben:

  • koolsoorten. Voorzichtig en met mate geven, van koolsoorten is bekend dat ze gas veroorzaken.  
  • andijvie.
  • witlof.
  • pompoen.
  • komkommer.
  • spinazie.
  • wortel en winterpeen en ook wortelloof.
  • paprika.
  • venkel.
  • blad-, knol- en bleekselderij. Bleekselderij heeft draden die hem lastig eetbaar kunnen maken, dus die kun je het beste klein snijden.
  • radijs en -loof.
  • paardebloemen. distels zeer goed

Kruiden:

  • peterselie.
  • dille.
  • koriander.
  • basilicum.
  • munt.

Alle fruit mag je aan je konijn geven, maar wel met mate omdat er suiker in zit. Suiker kan diarree of gas veroorzaken, maar ook een dik konijn.
Met de pitten van diverse vruchten moet je een beetje uitkijken omdat een aantal pitten giftig kan zijn. Het beste is om pitten meteen weg te nemen of ze er al vantevoren uit te halen.
De meeste konijnen zullen de pitten overigens niet snel opeten.

Verse ananas kan de huid beschadigen. Kijk hier dus ook mee uit.