Inhoudsopgave
Gezondheid
Behandeling van konijn dat niet wil eten
Keutels
Maden ziekte
Verstopping
Darmimmobiliteit
Darmvliesontsteking
Alle pagina's

 

 

 

Darmslijmvliesontsteking en darmvergiftiging

 

veroorzaakt door antibiotica. 

 

                                                   

 

Waarom moet uw dierenarts opletten als hij ervoor kiest uw konijn te behandelen met antibiotica en welke antibiotica zijn niet aan te raden om bij konijnen te gebruiken?

Veel antibiotica beschadigen de normale gezonde darmflora wat dan weer kan leiden tot verstoring van de darmflora met darmslijmvliesontsteking als gevolg, of tot darmvergiftiging en/of diarree, wat dodelijk kan zijn voor het konijn.

Ziekten worden veroorzaakt wanneer een teveel aan pathogene (ziekmakende) bacteriën gif produceren die de blindedarm en de maagpoort beschadigen, en/of andere lichaamssystemen infecteren.

Clostridium spiroforme, een bacterie die normaal in kleine hoeveelheden in het achterste darmgedeelte van het konijn leeft, is de meest voorkomende oorzaak van darmvergiftiging, deze bacterie produceert een gif dat te vergelijken is met het gif dat botulisme en voedselvergiftiging veroorzaakt. E.Coli en andere ziekmakende bacteriën kunnen zich verder ook snel vermenigvuldigen en de oorzaak van ziekte zijn.

Niet alle antibiotica geven problemen, alleen de antibiotica die de darmflora beïnvloeden. Deze antibiotica doden de normale gezonde bacteriën in de blindedarm en in de maagpoort. De meeste van deze gezonde bacteriën leven in een omgeving zonder zuurstof.

De kans op darmslijmvliesontsteking en darmvergiftiging door antibiotica is groter wanneer het oraal (in de mond) wordt toegediend dan wanneer het wordt geïnjecteerd.

Een koolhydraatrijk dieet (suikers, zetmeel, zoals graan en bloem maar ook suikerrijk fruit zoals druiven en bananen) verhogen de kans op darminfectie. Dit komt doordat koolhydraten de normale darmflora uit balans brengen en omdat de Clostridium spiroforme bacteriën koolhydraten nodig hebben om hun gif te kunnen maken.
Een vezelrijk dieet (hooi), zal de kans op veranderingen in de darmflora door antibiotica verkleinen omdat vezels de darmbeweging stimuleren.

Antibiotica in de macroliden groep (o.a. clindamycin, erythromycin en lincomycin), de penicilline familie (o.a. ampicilline en amoxicilline) maar ook verschillende andere antibiotica kunnen bij konijnen darmslijmvliesontsteking veroorzaken.
Minder waarschijnlijk maar wel mogelijk is het dat antibiotica van de cefalosporinen groep voor problemen zorgen.

De kans op problemen van met sulfa bereide medicijnen en met antibiotica uit de quinolonen groep (bijv. Baytril) is te verwaarlozen.

Een konijn heeft een darmslijmvliesontsteking bij één of meer van de volgende symptomen:
- niet eten of drinken, onverschilligheid, met gasgevulde buik, buikpijn, diarree (met of zonder bloed) en als er helemaal geen keutels zijn.

Darmslijmvliesontsteking en darmvergiftiging worden behandeld door de darmbeweging te stimuleren, o.a door eten en drinken onder dwang naar binnen te krijgen. Hierdoor wordt de groei van pathogene (ziekteverwekkende) bacteriën geremd en het produren van gif verminderd, en wordt de groei van de normale darmflora gestimuleerd.

Het voorkomen van uitdroging en dus het op peil houden van de normale vochtbalans is uiterst belangrijk. Electrolytische oplossingen (zout-suikeroplossingen) worden vaak onderhuids ingespoten of met een spuitje via de mond gegeven.

Darmwerking bevorderende medicijnen (zoals in Nederland vaak Primperan of Presulsid) en een vezelrijk dieet, desnoods via dwangvoeren, hebben meestal het beste resultaat.
Cholestyrine, een hars die zich aan het bacteriële gif hecht, heeft vaak goede resultaten.

Antibiotica hebben een beperkte waarde bij het behandelen van de ziekte en worden meestal slechts als ondersteuning gebruikt.

Voorkomen van darmvergiftiging hangt af van een goede woonomgeving en het voorkomen van stress. Geef een dieet met niet minder dan 16% vezels en hooi van een goede kwaliteit, terwijl plotselinge veranderingen in het dieet voorkomen moeten worden.

Spenende konijnen moeten vanaf 3 weken voedsel (inclusief hooi) gekregen hebben, vroeg of geforceerd spenen (bij de moeder weghalen) moet voorkomen worden.