Inhoudsopgave
Gezondheid
Behandeling van konijn dat niet wil eten
Keutels
Maden ziekte
Verstopping
Darmimmobiliteit
Darmvliesontsteking
Alle pagina's

De behandeling van een konijn dat niet wil eten

Oorzaak     


Een konijn dat niet eet, is een veel voorkomend verschijnsel. Natuurlijk is deze anorexie geen ziekte op zichzelf; het kan veroorzaakt worden door een groot aantal omstandigheden, vooral als daarbij pijn optreedt.
Het huiskonijn is lichamelijk en geestelijk een prooidier, en zal hetzelfde op pijn en stress reageren als zijn voorouders. Een erg gestresst konijn kan een daling van zijn lichaamstemperatuur krijgen, een slechte zuurstofvoorziening van de nieren, en een toename van de catecholamineproductie (*"stresshormonen, bijvoorbeeld adrenaline). Het achterhalen van de oorzaak van de anorexie vereist een goede anamnese, een grondig lichamelijk onderzoek en verschillende aanvullende onderzoeken. In mijn praktijk zijn de meest voorkomende oorzaken van anorexie bij konijnen tandaandoeningen, aandoenngen van het spijverteringsstelsel (stasis in de maag, ileus, complete obstructie), aandoeningen van urinewegen en geslachtsorganen, leveraandoeningen, nieraandoeningen, aandoeningen van de luchtwegen, ernstige pododermatitis, artritis, botbreuken en het eten van giftige stoffen. Het is erg belangrijk om het konijn qua voeding te ondersteunen , om leververvetting te voorkomen of te verminderen, en om een goede functie van het spijsverteringsstelsel te behouden.

Ziektegeschiedenis

Het is essentieel om te beginnen met een goede anamnese (*het afnemen van de ziektegeschiedenis). Zorg voor een gedetailleerde beschrijving van de omgeving, zoals hoe de kooi ingericht is, waar het konijn allemaal kan komen, andere dieren die in dezelfde kooi leven, andere dieren in huis, en hoe vaak het konijn opgepakt wordt. Konijn geven de voorkeur aan een koele omgevingstemperatuur tussen 16 en 21 °C. Als de omgevingstemperatuur te warm wordt (boven 24 °C), vooral als er ook een hoge luchtvochtigheid is, kan het konijn stoppen met eten.
Let op of het konijn bij giftige stoffen kan komen, zoals giftige planten en verf.
Als het konijn zindelijk is, kan het eten van klontvormende kattenbakkorrels het spijsverteringskanaal hebben afgesloten.
Te weinig lichaamsbeweging en een vochtige, vervuild kooibodem kan tot pijnlijke poten leiden.
Kooigenoten kunnen het konijn verhinderen om te eten, en kunnen stress veroorzaken door agressie.
Andere dieren in huis, vooral honden, kunnen een konijn terroriseren.
Te veel en onjuist oppakken van het konijn kan tot stress leiden, of zelfs tot verwondingen.
Konijnen die buiten komen staan bloot aan een verscheidenheid aan parasieten en roofdieren.
Ga na wat voor voeding het konijn krijgt, inclusief de merken de hoeveelheden die gevoerd worden, waar het gekocht wordt en hoe het voer bewaard wordt. Vaak wordt vergeten de konijnensnoepjes te vermelden (vooral die snoepjes die rijk zijn aan koolhydraten en vet), die echter wel een belangrijke rol kunnen spelen in het ontstaan van aandoeningen van het spijsverteringsstelsel.
Konijnen weigeren vaak vervuild voedsel te eten; ze bemerken de vervuiling aan de geur van het voedsel, nog voor de eigenaar dit opmerkt.
Plotselinge veranderingen in het menu van het konijn kunnen ertoe leiden dat het dier stopt met eten.
Konijnen kunnen ook weigeren te eten als ze gedurende 24 uur of langer geen water tot hun beschikking hebben, bijvoorbeeld door bevroren waterflesjes of geblokkeerde kogeltjes van flesjes. Ook kunnen konijnen geen water drinken, omdat ze vinden dat het vies smaakt, bijvoorbeeld als er medicijnen of voedingsupplementen aan toegevoegd zijn.

Klinische symptomen
Kijk goed naar de symptomatologie. Een geleidelijk begin van de anorexie kan op een chronische aandoening wijzen; dit in tegenstelling tot een acuut begin (binnen 24 uur of minder), wat een spoedsituatie is als er ook duidelijke gedragsveranderingen aanwezig zijn. Vaak ziet de eigenaar een geleidelijk afnemend aantal harde keutels, die ook kleiner worden, voordat opgemerkt wordt dat het konijn niet meer eet. De aanwezigheid van zachte ontlasting wijst op een milde tot matige aandoening van het laatste gedeelte van de darm. Een acuut begin met waterige diarree wijst op een levensbedreigende enteritis of een ernstige systemische ziekte. Let op veranderingen in de frequentie van het plassen, en op de plaats waar het konijn plast. Normale konijnenurine kan soms een rood-oranje kleur hebben door plantpigmenten of porfyrine; dit moet onderscheiden worden van bloed in de urine. Kijk of het konijn moeite heeft om het voedsel te verwerken (bijvoorbeeld met het hoofd in de voeder- of waterbak hangen, langzamer eten, alleen kleine stukjes eten, voedsel uit de mond laten vallen). Bepaal of er tekenen zijn dat het konijn pijn heeft (bijvoorbeeld een verminderde activiteit, ineengekrompen houding, hard met de tanden knarsen).

Diagnostische tests

Het kan nodig zijn dat één of meer aanvullende onderzoeken verricht worden om de oorzaak van de anorexie te bepalen. Als de patiënt erg gestresst is of veel pijn heeft, kan veel manipuleren om materiaal voor tests te verkrijgen, de situatie verergeren. Pijnstillers, narcose of sedatie (*een roesje) om de kans op stress en mogelijke verwondingen te minimaliseren moeten gebruikt worden, vooral bij procedures als het maken van röntgenfoto's en het plaatsen van een catheter in een bloedvat of in de mond. Het gebruik van isoflurane (gasnarcose) is waarschijnlijk de veiligste keuze.

Er zijn veel verschillende aanvullende tests beschikbaar voor dit soort patiënten, zoals röntgenfoto's, echografie, bloedonderzoek, biochemische bepalingen in het serum, urine-analyse en het inzetten van kweken. Naar mijn mening zijn röntgenfoto's de meest waardevolle optie om de oorzaak van anorexie bij een konijn te bepalen (omdat veel pijnlijke aandoeningen radioplogisch afwijkingen laten zien); toch wordt deze techniek niet zo vaak gebruikt. Zoals eerder gezegd is, zijn tandaandoeningen de meest voorkomende oorzaak van anorexie, door de pijn van te lange wortels van de kiezen, doorgegroeide kronen of haken op de kiezen. Als de kronen van de tanden er normaal uitzien, wordt er vaak aangenomen dat er geen tandaandoening aanwezig is. Helaas is dit niet waar; te lange wortels kunnen alleen aangetoond worden op een gedetailleerde röntgenfoto van de schedel. Ik neem minimaal één röntgenfoto in voor-achterwaartse richting, en één van de zijkant van de schedel bij konijnen met tranenvloed, afscheiding uit de neus, speekselvloed, pijn bij palpatie van de kaken, of een duidelijke afwijking van de tandkronen. Röntgenfoto's zijn erg nuttig voor het onderscheid tussen stasis in de maag of een ileus, en een obstructieve aandoening van het spijsverteringskanaal. Ook kunnen de foto's skeletaandoeningen aan het licht brengen, zoals vertebrale spondylose (*degeneratieve veranderingen van de ruggenwervels), wat vaak bij oudere konijnen voorkomt. Aandoeningen van de urinewegen en de genitaliën kunnen vaak ook op röntgenfoto's gezien worden; onderzoeken met contrast helpen dan bij het stellen van de diagnose.

Behandeling

Het totale behandelplan voor een anorectisch konijn hangt af van de uiteindelijke diagnose; vaak heeft het konijn tijdens het diagnostisch proces al wat ondersteunende maatregelen nodig. Veel van deze patiënten moeten opgenomen worden; het is belangrijk om ze in een rustige omgeving te plaatsen, ver weg van blaffende honden en veel activiteit rond hun kooi. Geef ze een toiletbak met een vulling van papier of pellets, die ze als toilet en als schuilplaats kunnen gebruiken.

Konijnen die niet eten hebben vaak een hypomobiliteit (*verminderde beweeglijkheid) of stasis (*geen beweeglijkheid) van het spijsverteringskanaal, waardoor in een snel tempo leververvetting kan optreden. Hierbij komt nog eens, dat het voedsel wat eerder gegeten is (vooral in de maag en in de blindedarm) gedehydreerd kan raken en verstoppend kan werken, wat de toestand van het konijn compliceert. Het is belangrijk om onmiddellijk met voedsel geven te beginnen, behalve als vermoed wordt dat het konijn een obstructie in het spijsverteringskanaal heeft. Hooi en groenvoer leveren de broodnodige vezels en vloeistoffen om de darmperistaltiek te bevorderen en om de ingedroogde voedselmassa in de darmen te verweken. Leg vers hooi of alfalfahooi, samen met vezelrijke groente en fruit in de kooi. Veel anorectische konijnen, die nooit eerder hooi of groenvoer hebben gegeten, zullen deze dingen binnen enkele minuten opeten. De favorieten onder het groenvoer zijn Romeinse sla, paardebloemen, peterselie, het groen van wortels, appel en peer. Geef geen lichtgekleurde sla (bijvoorbeeld ijsbergsla), omdat dit vooral uit water bestaat en weinig voedingswaarde heeft. Een commerciële soort droogvoer kan in de kooi geplaatst worden, maar naar mijn ervaring is dit de minst geliefde voeding.

Het voeden van een anorectisch konijn

Zorg dat de darminhoud vochtig wordt
Geef veel onverteerbare vezels om de darmperistaltiek te bevorderen
Geef koolhydraten om de patiënt weer in een positieve energie balans te brengen
Corrigeer vloeistoftekorten als dat nodig is

Als het konijn weigert om zelf te eten, is het noodzakelijk om voedsel toe te dienen door een spuitje (zonder naald). Er zijn veel verschillende soorten dwangvoer bekend om het konijn te geven. Pompoen uit blik kan tijdelijk gebruikt worden als bron voor vezels, koolhydraten en vloeistof; het wordt meestal goed geaccepteerd door het konijn. Een voorbeeld van een complexere voedingsformule voor de langere termijn is een mengsel van gepureerde bladgroenten met alfalfapoeder of gemalen pellets, en een elektrolytenoplossing om het geheel vloeibaar te maken. Vermijd het gebruik van vetrijke, pasta-achtige voedingssupplementen, die vaak aan honden en katten worden gegeven. Het gebruik van laxerende middelen en eiwitafbrekende enzymen wordt door sommigen ook aanbevolen, maar ik heb hier zelf geen gunstige effecten van bemerkt.

Vloeistoftherapie

Vloeistoftherapie is bij deze patiënten vaak nodig. De onderhoudsdosering voor vloeistof is ongeveer 80 tot 100 mililiter per kilogram lichaamsgewicht per 24 uur. Vloeistoftekorten moeten geleidelijk worden aangevuld in een periode van 12 tot 24 uur. Subcutane vloeistoffen kunnen aan een mild gedehydreerde, wakkere patiënt gegeven worden; bij ernstiger gevallen moet intraveneus of intraossaal (*in het bot) vloeistof toegediend worden.

pijnstillers
 

Gebruik pijnstillers om de patiënt zich wat beter te laten voelen, en om de kansen op een succesvolle behandeling te vergroten. Als de pijn eenmaal minder is, kan het konijn zich zichtbaar ontspannen en gaan eten. Pijnstillers zijn vooral van belang bij tand-, skelet- en spijsverteringsproblemen.

                                         

Darmstimulators
 

Medicijnen die de darmperistaltiek stimuleren kunnen de normale peristaltiek helpen terugkeren, vooral in geval van een ileus of een stasis in de maag. Gebruik deze middelen niet als een complete obstructie vermoed wordt. Twee veel gebruikte medicamenten zijn Primperan (0,2-1,0 mg/kg/8 uur, subcutaan of oraal) en Cisaral drops (0,25-0,5 mg/kg/2-4x daags, oraal). Omdat deze medicijnen effect hebben op verschillende gebieden, kunnen ze gelijktijdig gebruikt worden, wat vooral nodig kan zijn in middelmatige tot ernstige gevallen van ileus.

Vitaminetherapie

Vitaminetherapie kan overwogen worden, vooral als het konijn al een langere tijd zijn caecotrofen (blindedarmkeutels) niet heeft gegeten. Geef vitamine-B complex; vitamine C kan een gunstig effect hebben doordat het de toxine-productie van Clostridium spiroforme remt, zodat het risico op enterotoxemie verminderd wordt.

Antibiotica
 

Antibiotica worden vaak gegeven aan alle anorectische konijnen. Ik heb de ervaring dat de meeste toestanden die tot anorexie leiden, niet terug te voeren zijn op infecties. Konijnen hebben een zeer fijn gereguleerde caecale darmflora, die al ontregeld is door de hypomobiliteit of de stasis van het spijsverteringskanaal. Het onnodig geven van antibiotica kan dan desastreus zijn. Hiernaast kan langdurig en onnodig antibioticagebruik leiden tot resistentie. Gebruik daarom antibiotica die veilig zijn voor het konijn, en alleen als het nodig is gebleken door diagnostische tests en klinische observatie.