Inhoudsopgave
Gezondheid 2
Konijnen gebit
Herkennen
Naar de dierenarts
Symptomen
Alle pagina's

                                                                                                                   

 

Inleiding:    

Het konijn behoort tot de orde der Lagomorpha (haasachtigen). Zij onderscheiden zich van de knaagdieren (Rodentia) doordat ze achter de voorste snijtanden 2 stifttandjes hebben.

Geschiedenis...
Oorspronkelijk is het konijn waarschijnlijk afkomstig uit Azie, waarna het zich over grote delen van de wereld verspreid heeft. Gedurende de ijstijd is het leefgebied verkleind en zijn de konijnen uiteindelijk terechtgekomen op het Iberisch Schiereiland, het huidig Spanje en Portugal. Rond 250 B.C. zijn de konijnen voor het eerst in gevangenschap gehouden door de Romeinen. Zij fokten de konijnen om hun vlees en om hun vacht. Ze werden gehouden in zogenaamde "leporarien", grote ommuurde tuinen die de konijnen tegen vijanden beschermden, maar van een echte domesticatie was nog geen sprake. Pas in de middeleeuwen verspreidde het konijn zich richting Noord-Europa en werd het konijn voor het eerst door monnikken als huisdier gehouden. Zij begonnen ook met het creeren van rassen door konijnen met een afwijkende vachtkleur met elkaar te kruisen.

Nu...
Pas na de 2e wereldoorlog raakt het konijn langzamerhand in zwang als gezelschapsdier, een trend die zicht tot de dag van vandaag voortzet. Steeds meer mensen nemen een konijn als huisdier.

 

Het normale gebit:

Het gebit van het konijn bestaat uit 4 snijtanden, 2 stifttanden en 20 kiezen. De melktanden van het konijn wisselen in een periode vlak voor de geboorte tot 3-5 weken na de geboorte.

Stiftanden zijn kleine snijtandjes die achter de snijtanden van de bovenkaak staan. Dit onderscheid konijnen van knaagdieren zoals de cavia, hamster en de rat.

Knagers...
Alhoewel een konijn geen knaagdier is zijn het wel uitmuntende knagers. Dit komt mede doordat tanden en kiezen door middel van lamellen tussen de wortel en het slijmvlies van de tandkas diep in het bot verankerd zijn. Ongeveerd 2/3e van de tand bestaat uit wortel!

Levenslang groeien...
De tanden en kiezen van konijnen hebben een open wortel en groeien gedurende hun hele leven door. De snijtanden groeien 2-2.4 mm per week. Dit is dus bijna 10 cm per jaar! Deze groei word opgevangen door slijtage van de tanden en kiezen. De slijtage vindt plaats als gevolg van het knagen en kauwen op voedsel. Het is belangrijk dat groei en slijtage met elkaar in evenwicht zijn.

Slijtage...
Bij een normaal gebit staan de bovensnijtanden voor de ondersnijtanden en raken de ondersnijtanden de stifttanden. Hierdoor slijten de snijtanden beitelvormig op elkaar af en zijn ze zeer geschikt om mee te kunnen knagen. De kiezen slijten af door het malen op voer. Het konijn maalt zijn voer door tijdens het kauwen zijn kiezen horizontaal te bewegen.
Hierdoor slijten de kiezen op elkaar af.

Gebitsproblemen bij het konijn:

Bij het konijn komen een aantal gebitsproblemen voor. Achtereenvolgens zullen behandeld worden:

  1. Symptomen bij gebitsproblemen
  2. Gebitsproblemen door voedingsfouten
  3. Overige oorzaken voor gebitsproblemen
  4. Problemen met de snijtanden
  5. Het knippen van de snijtanden
  6. Het slijpen van de snijtanden                                         
  7. Het trekken van de snijtanden
  8. Haken op de kiezen
  9. Kaak abces
  10. Ooguitvloeiing
  11. tumor

 

Symptomen bij gebitsproblemen:

Het gebit van een konijn is door de lange kop en kleine mondopening voor het grootste deel verborgen. Afwijkingen aan het gebit kunnen dan ook ongemerkt ontstaan. Het is daarom van belang op tekenen te letten die kunnen wijzen op een gebitsprobleem.

  • Het meest opvallende symptoom is het niet kunnen eten terwijl er wel interesse is in voer.
  • Spelen met eten en proppen maken van het eten. Je vindt uitgespuugde proppen hooi terug in het hok.
  • Speekselen, waardoor de huid rond de bek ontstoken kan raken.
  • Oog- en neusuitvloeiing door ontsteking van de traanbuizen (= dacryocystitis).
  • Verhoogde traanproductie.
  • Zwellingen aan de kop door abcessen.
  • Slechte conditie en slechte vacht.
  • Problemen met het maagdarmkanaal, omdat de darmen niet goed werken als het konijn niet eet. Zoals diarree of verstopping.
  • Vermageren.

Diagnose...
Wanneer u vermoedt dat uw konijn problemen heeft met het gebit is het belangrijk om gelijk naar de dierenarts te gaan. Deze zal het gebit en de kop controleren. Omdat de mondholte van het konijn in verhouding erg nauw is en de tong groot kan er met een kijker soms niet tot helemaal achterin de bek worden gekeken als het konijn wakker is. Voor een volledig onderzoek van het gehele gebit kan sedatie noodzakelijk zijn. Dit om te voorkomen dat bijvoorbeeld haken op de kiezen achterin de bek gemist worden.

 

Gebitsproblemen door verkeerde voeding:

Konijnen hebben een ongewone calciumstofwisseling. Wanneer een konijn voeding met te weinig calcium krijgt ontstaat er een tekort aan calcium in het bloed. Een konijn dat bijvoorbeeld gemengd voer krijgt eet vaak alleen de lekkere dingen op. Het zal vaak de bikskorrels die er tussen zitten laten liggen. Deze bikskorrels zijn juist belangrijk voor de calcumopname van het het konijn en het krijgt dus te weinig calcium binnen. Dit zal er toe leiden dat het konijn calcium uit zijn kaakbot gaat halen. Hierdoor ontstaat botontkalking. Dit heet osteodystrofie, of medisch niet helemaal correct, "osteoporose".

Te weinig calcium...
Door calciumtekort kunnen een aantal problemen ontstaan zoals:

  • Afwijkende stand (malocclusie) van de kiezen doordat de kiezen losser in het kaakbot komen te staan. Hierdoor ontstaan, door afwijkende slijtage, haken op de kiezen welke de tong en de wang kunnen beschadigen.
  • Afwijkende stand (malocclusie) van de snijtanden waardoor deze niet goed op elkaar afslijten. Ze kunnen in een verkeerde richting groeien en worden daardoor te lang. Ook kunnen de boven snijtanden scheef gaan groeien zodat ze naar buiten gaan wijken en niet meer op de onder tanden afslijten.
  • Emaille-defecten van de snijtanden waardoor horizontale richels ontstaan in de snijtanden.
  • Wortels kunnen in de verkeerde richting gaan groeien. Ze kunnen richting het bot groeien als door botontkalking de tegendruk van het bot wegvalt (zie plaatuw). Hierdoor kunnen botontstekingen en/of abcessen ontstaan. Ook kunnen er door naar boven doorgroeiende wortels ontstekingen in de traanbuizen ontstaan. Het konijn krijgt dan ontstoken ogen met veel ooguitvloeiing.

Teveel calcium...
Een te hoog calciumgehalte in de voeding zal juist leiden tot een stijging van het calciumgehalte in het bloed. Hierdoor ontstaat, in tegenstelling tot bij andere diersoorten, een verhoging van het calcium in de urine waardoor
blaaszand of blaasstenen kunnen optreden. Geef dus nooit knaagstenen aan een konijn want deze bevatten teveel calcium! Houd 20 gram per kilogram lichaamsgewicht voor uw konijn aan. Let op dat uw konijn niet teveel konijnenvoer eet. Dan wordt het namelijk te dik en ook krijgt het teveel calcium binnen.

Goed voer...
Het is dus belangrijk om een konijn een goed uitgebalanceerd dieet te geven. Dit bestaat uit veel hooi van goede kwaliteit, groenvoer en bikskorrels. Als uw konijn selectief eet (alleen de lekkere dingen uit het voer opeet) geef het dan een bikskorrel. Goed voer in een goede verhouding is ook heel belangrijk voor een goede darmwerking. Het is ook van belang dat een konijn de juiste hoeveelheid voer krijgt. Houd 20 gram per kilogram lichaamsgewicht voor uw konijn aan. Let op dat uw konijn niet teveel konijnenvoer eet.

 

Supreme Science Selective... op aanraden door dieren artsen!
Selective is speciaal ontwikkeld voor konijnen die erg kieskeurig zijn met eten en alleen de lekkere hapjes opeten. Selective bestaat uit één soort brokjes die alles bevatten wat uw konijn nodig heeft om gezond en fit te blijven. Deze voeding is zeer vezelrijk zodat uw konijn er goed op moet kauwen (dit helpt bij het afslijten van zijn tanden) en de vezels zorgen tevens voor een betere spijsvertering. Daarnaast bevat Selective een zogenaamd prebioticum dat ervoor zorgt dat de goede bacteriën in de darmen extra gevoed worden wat ten koste gaat van de ziekteverwekkende bacteriën. Supreme Science Selective bevat smakelijke kruiden en specerijen zodat uw konijn er met veel smaak van zal eten.

 

Overige oorzaken voor gebitsproblemen:

Naast de eerder genoemde voedingsfouten ijn er nog een aantal andere oorzaken voor gebitsproblemen bij het konijn. We zullen de voornaamste hier voor u op een rijtje zetten:

  • Trauma; wanneer een tand door ongeluk oftewel een trauma (bijv. een klap of val) verloren gaat kan de tand na verloop van tijd weer teruggroeien. Deze tand kan dan verkeerd groeien waardoor een afwijkende stand ontstaat. Soms groeit de tand helemaal niet meer terug. De tegenoverliggende snijtand slijt dan niet af en zal door blijven groeien.
  • Fracturen (breuk) van de kaak waardoor de positie van de snijtanden veranderd is.
  • Afwijkend knaaggedrag.
  • Genetisch. Er komt een genetische afwijking voor bij het konijn waarbij de bovenkaak te kort is. Hierdoor lijkt het alsof de onderkaak te lang is. Op de leeftijd van 8-10 weken zien we meestal de eerste problemen ontstaan.

Gevolgen...
Bij een afwijkende stand van de snijtanden zullen meestal de bovensnijtanden naar binnen gaan groeien tot in de mondholte. Lippen, tong en gehemelte kunnen beschadigd raken en gaan ontsteken. De ondersnijtanden gaan meestal uit de bek groeien of kunnen de bovenlip raken.
Doordat de bek niet goed kan sluiten zullen ook de kiezen niet goed afslijten op elkaar waardoor hier haken kunnen ontstaan. Deze haken kunnen de wang en de tong beschadigen.

 

Afwijkende kaakstand bij het konijn                        

Onderbeet een erfelijke afwijking...
Er komt een genetische afwijking voor bij het konijn waarbij de bovenkaak te kort is. Hierdoor lijkt het alsof de onderkaak te lang is een zogenaamde onderbeet. Op de leeftijd van 8-10 weken zien we meestal de eerste problemen ontstaan.

Al bij deze jonge konijnen zie je dat deze afwijking problemen gaat geven. De snijtanden slijten dan niet op elkaar en de tanden zullen doorgroeien. De tanden gaan wonden veroorzaken in het slijmvlies van de bek en het konijn zal uiteindelijk niet meer kunnen eten.

De behandeling...
De behandeling bestaat uit het trekken (extractie) van de snijtanden. Dit kan gelukkig al op jonge leeftijd. We krijgen bijna iedere week wel een ouder konijn aangeboden waarbij dit probleem al die tijd al bestaat. Bij deze konijnen zijn de snijtanden iedere paar weken geknipt. Ons advies is om bij een dergelijke grote standafwijking van de snijtanden geen
snijtanden bij het konijn te knippen maar om de snijtanden te trekken door middel van een operatie. Het konijntje kan, ondanks dat het niet kan knagen, zich hierna goed redden en je kan het eten, zoals hooi, in kleine stukjes aanbieden.

Een konijn met een scheve kaakstand...
Af en toe zie je een konijn met kaken die scheef ten opzichte van elkaar staan. De snijtanden kunnen door deze scheve stand niet goed op elkaar afslijten met als gevolg dat ze door zullen blijven groeien. Door dat ze doorgroeien zullen er wonden in het slijmvlies van de bek ontstaan.

De behandeling bestaat uit het trekken van de snijtanden van een konijn die een scheve kaakstand heeft.

 

Afwijkingen van de snijtanden:

Door een van hiervoor genoemde oorzaken kan de stand van de snijtanden zodanig verstoord raken dat deze niet meer op elkaar afslijten. Doordat de tanden van het konijn hun hele leven lang doorgroeien levert dit al snel problemen op. De snijtanden worden te lang en er ontstaan zogemnaamde olifantstanden. Om problemen te voorkomen en om evt de stand te corrigeren is een behandeling dan noodzakelijk.

Therapieën...
Er zijn drie mogelijkheden om doorgroeiende snijtanden te behandelen:

  1. Knippen van de snijtanden
  2. Slijpen van de snijtanden
  3. Extractie van de snijtanden

Knippen van de snijtanden:

Helaas worden nog vaak te lange snijtanden, of olifantstanden, bij konijnen geknipt. De te lange snijtanden ontstaan door een afwijkende stand van de snijtanden. Om een aantal redenen wordt het knippen gezien als een niet-diervriendelijke behandeling:

  • Risico van het splijten of afbreken van de tanden in de lengterichting
  • Het grote risico van het splijten of het afbreken van de tanden is dat er een abces kan ontstaan zie foto onderaan de pagina.
  • Het knippen is pijnlijk voor het konijn. Er kan een stilliggende darm ontstaan!
  • De afgeknipte tanden houden scherpe randen over die de tong en de lip kunnen beschadigen.
  • Knippen is een tijdelijke oplossing waarbij er niets gedaan wordt aan de achterliggende oorzaak.

Ons advies...
Wij adviseren dan ook om de snijtanden van een konijn niet te knippen maar om voor een andere, liefst blijvende, oplossing te kiezen. Te denken valt dan aan de extractie of het trekken van de snijtanden onder verdoving.

Het slijpen van de snijtanden:

Een tweede, meer diervriendelijke manier om afwijkende en te lange snijtanden bij het konijn te behandelen is door middel van slijpen. Bij het slijpen van de tanden is de druk die op de tand uitgeoefend wordt minimaal waardoor de problemen die je bij knippen ziet hier niet optreden. tevens is het mogelijk om door middel van slijpen de stand van de snijtanden zodanig te corrigeren dat ze weer op natuurlijke wijze op elkaar af kunnen slijten.

Voorbereiding...
Om de stress bij het konijn tot een minimum te beperken is het wel noodzakelijk dat het konijn onder verdoving wordt gebracht.
We hebben een speciale dosering voor de verdoving van het konijn ontwikkeld. Het verdovingsrisico voor een konijn is daardoor niet groter dan die bij een hond of kat.

Beter alternatief...
Soms is de afwijkende stand door het slijpen niet te corrigeren. Het kan dan noodzakelijk zijn om de snijtanden elke paar weken te slijpen. Omdat dit een te grote belasting voor het konijn vormt heeft het dan de voorkeur om de snijtanden te trekken.

Extractie van de snijtanden:

Bij sommige konijnen is de stand van de snijtanden zo afwijkend dat ook door middel van slijpen geen normale stand meer gerealiseerd kan worden. Dat zou dan betekenen dat de tanden om de paar weken ingekort moeten worden. Het is in zo'n geval beter om de snijtanden onder sedatie te trekken.

Voorbereiding...
Voor de extractie dient het konijn eerst onder sedatie (=verdoving) te worden gebracht.
We hebben een speciale dosering voor de verdoving van het konijn ontwikkeld. Het verdovingsrisico voor een konijn is daardoor niet groter dan die bij een hond of kat. We geven een pijnstiller en een antibioticum voordat we aan de behandeling beginnen.

De operatie...
Vervolgens moet de wortel van de snijtand
losgemaakt worden van de tandkas. Met behulp van een gebogen elevator volgens Fahrenkrug, of een rechte scherpe elevator van
Luxator, worden de lamellen waarmee de wortels van snijtanden in de tandkas zitten gebroken. Het is van belang om vanaf alle kanten druk te zetten op de snijtand, zodat deze volledig los komt te zitten. Pas als de tand helemaal is losgemaakt kan deze getrokken worden. Bij iedere snijtand herhaal je deze behandeling en ook de stifttanden worden op deze manier getrokken. De snijtanden hebben een hele lange wortel en het is de kunst om ze te trekken zonder dat er een stuk van de wortel afbreekt. Als de wortel breekt groeit de snijtand namelijk weer aan.

 
Nazorg...
Na de operatie moet het konijn onder een warmtelamp gelegd worden en door middel van een injectie ook zo snel mogelijk weer wakker gemaakt worden. Om het maagdarmkanaal snel weer te normaliseren is het verstandig om na de operatie een injectie met Primperan te geven. Om ervoor te zorgen dat het konijn ook bij de eigenaar goed blijft eten kan het beste voor een paar dagen pijnstiller mee naar huis gegeven worden.

Ook zonder snijtanden kunnen konijnen prima eten. Het eten, zoals het hooi, moet alleen wel in wat kleinere stukjes worden aangeboden.

 

Haken op de kiezen...         

Bij sommige konijnen slijten de kiezen niet goed op elkaar af. Als de kiezen niet recht afslijten kunnen er scherpe punten, de zogenaamde haken, op de kiezen ontstaan. Deze kunnen op den duur in de tong of de wang gaan steken. Dit is erg pijnlijk voor het konijn en een konijn kan daardoor minder gaan eten of zelfs stoppen met eten. Ook kunnen ze een natte kin krijgen omdat ze door de iritatie van de haak op het slijmvlies van tong of wang meer gaan speekselen. Door het overmatig speekselen ontstaan er zelfs kale plekken bij de huid van het konijn.

Foto  rode rondje: haak op de kies, blauwe rondje beschadigde tong.

 

Oorzaak...
Vaak heeft het verkeerd afslijten van de kiezen een achterliggende oorzaak. Naast het behandelen van de haken is het daarom van belang om te proberen die achterliggende oorzaak op te sporen en te verhelpen. Omdat voedingsfouten hierbij vaak een rol spelen betekent dit dat in de meeste gevallen een aangepast dieet, waarin calcium in optimale hoeveelheden in de voeding aanwezig is, gegeven moet worden

Diagnose...
Als gedacht wordt aan haken op de kiezen kunnen die al vaak door middel van een bek-inspectie aangetoond worden. Deze inspectie kan het best gedaan worden door met behulp van een oorkijker (otoscoop) met een speciaal opzetstuk in de bek te kijken. Meestal zijn zo de haken al goed te zien. Soms moet een konijn verdoofd worden om een goed beeld te krijgen van de kiezen.

Voorbereiding...
Voor de haken kunnen worden verwijderd dient het konijn eerst onder sedatie te worden gebracht. We hebben een
speciale dosering voor de konijnenverdoving ontwikkeld en het verdovingsrisico bij ons voor een konijn is niet groter dan voor een hond of kat. We geven een pijnstiller en een antibioticum voordat we aan de behandeling beginnen.

De operatie...
Vooraleerst de haken verwijderd kunnen worden is het van belang om een goed zicht op de kiezen te krijgen. Een beksperder (voor op de snijtanden), een wangsperder en goede verlichting zijn hiervoor onmisbaar. Met behulp van speciaal kniptangetje kunnen de haken vervolgens verwijderd worden. Hierna wordt de kies in de juiste vorm geboord. Vooral bij dit slijpen is het van belang dat het slijmvlies van de bek goed beschermd wordt. Hiervoor wordt dan ook gebruik gemaakt van een boor in een beschermkapje om te voorkomen dat het slijmvlies van de wang of de tong beschadigd wordt.Tijdens de behandeling moet ook gekeken worden of de kiezen van de boven- en onderkaak op een lijn liggen. Als dit niet het geval is moeten ze bijgeslepen worden tot ze wel weer op een lijn liggen. Door het slijpen duurt het veel langer voordat de kiezen weer problemen gaan geven.

 Een speciale boor met beschermkap.

Het is belangrijk om te weten dat de haken kunnen terugkomen, soms al na enkele weken. Als je goed slijpt duurt het vaak enkele maanden voordat er weer haken zijn ontstaan. Dit betekent dat bij sommige konijnen de behandeling regelmatig herhaald dient te worden.

Nazorg...
Na de operatie moet het konijn onder een warmtelamp gelegd worden en door middel van een injectie ook zo snel mogelijk weer wakker gemaakt worden. Om het maagdarmkanaal weer op gang te krijgen geven we na de operatie een injectie met Primperan te geven. Om ervoor te zorgen dat het konijn ook weer goed gaat eten geven we pijnstiller mee naar huis. De ervaring leert dat na een behandeling van de kiezen een konijn vaak een paar dagen slechter eet. Wij laten de eigenaar het konijn na de behandeling dwangvoeren totdat het konijn weer uitzichzelf eet.

Een abces aan de kaak tgv van tand of kiesproblemen

Een abces kan zich ontwikkelen door een tand of een kiesprobleem. Dit kan een veroorzaakt worden door bijvoorbeeld een breuk of door losse tanden of kiezen. Het los komen te staan komt door een verkeerde voeding (zie onze pagina over verkeerde voeding ....) Door voedingsfouten kan er een tekort aan calcium (osteoporose) ontstaan, zodat het bot van de kaken zachter wordt. De tanden en kiezen kunnen los komen te zitten in de tandkas en er kan een ontsteking aan de wortel ontstaan.

symptomen...
Bij konijnen kan er door kiesproblemen een abces aan de onderkaak ontstaan. Het konijn heeft dan een bult bij de onderkaak die steeds groter wordt. Ook zie je vaak dat het konijn minder goed eet en minder actief is.

We zullen op deze pagina de onderkaak problemen bij een konijn bespreken. Bij problemen aan de bovenkaak zie je vaak dat er overmatige ooguitvloeiing of dacryocystitis ontstaat. Lees verder over problemen van kiezen aan de bovenkaak...

Diagnose van een onderkaakabces bij het konijn...
De diagnose wordt gesteld door de bult aan te prikken en te ontdekken dat er pus in de bult zit. Een abces is een met pus gevulde holte. Bij konijnen is het abces vaak gevuld met dikke kaasachtige pus, pasteurella bacteriën zijn meestal de oorzaak.

Behandeling onder sedatie...
De behandeling zal bestaan uit een grondige inspectie van de bek onder sedatie. Gezocht wordt naar afgebroken tanden of kiezen.

Als het probleem niet gelijk duidelijk is maken we een röntgenfoto van de schedel. De stand van de kiezen en tanden en een eventuele breuk is goed te zien. Ook kan de ontsteking zo uitgebreid zijn dat er nieuw gevormd bot te zien is. Er worden meerdere opnames gemaakt, het is belangrijk om de schedel in diverse standen te draaien om een goed beeld te krijgen.

Trekken van tanden of kiezen...
De tand of kies die het probleem geeft wordt getrokken. De kies wordt alleen getrokken als deze los zit. Er moet geen kies getrokken worden die vast zit, het probleem is dat deze namelijk kan afbreken of er kan een groot stuk kaakbot loskomen. Met behulp van een gebogen elevator volgens Fahrenkrug kan de kies of kiezen getrokken worden. De mond is vrij smal en je hebt weinig ruimte om te werken.

zij trekken alleen kiezen die loszitten en laten de kiezen die er tegen over zit zitten.

De tegenoverliggende kies of kiezen van de bovenkaak hoeven niet getrokken te worden. Onze ervaring is dat deze kies maar heel langzaam zal groeien, of zelfs niet eens zal groeien, ondanks dat er geen kies is waarop hij zal moeten slijten. Het lijkt erop dat er druk op de kies moet staan om uit te groeien.Voor de zekerheid laten we konijnen na een paar weken en maanden terugkomen om de kiezen te controleren.

Bacteriële kweek en antibiogram...
Voordat we de oorzaak behandelen, bijvoorbeeld een slechte kies of tand, wordt het abces steriel geopend. Pus uit het abces wordt met een swab (een soort wattenstaaf) in een speciale medium gebracht om na te gaan welke bacterie het abces veroorzaakt. In een laboratorium bij de faculteit Diergeneeskunde wordt deze kweek uitgevoerd en ze testen gelijk welk antibioticum geschikt is om deze bacteriën te bestrijden.

Abces openen en schoonmaken...
Het is van groot belang dat het abces grondig schoongemaakt wordt. Het abces wordt zo ruim mogelijk opengelegd en alle pus wordt weggehaald, daarna wordt de abcesholte grondig uitgespoeld. Voor het uitspoelen gebruiken we fysiologisch zoutoplossing of een verdunde waterstofperoxide oplossing.

Afhankelijk van hoe groot het abces is en op welke plaats het zit wordt één van de volgende behandelingen ingezet:

Behandeling met zalf....
De huidwond wordt ruim opengelegd en de wond wordt zolang mogelijk open gehouden. Twee keer per dag wordt er zalf in de wond ingebracht en de korst die gevormd wordt wordt iedere dag weggehaald.

Behandeling met calciumhydroxide...
Calciumhydroxide (CaOH) wordt in de tandheelkunde gebruikt om nieuw tandweefsel te laten vormen. Het wordt vaak gebruikt bij wortelkanaalbehandelingen. Wij gebruiken het omdat door de CaOH een hoge PH gevormd wordt, hierdoor gaan bacterien dood. Als CaOH ingehecht wordt moet dit na een week of 2 weer verwijderd worden. Vaak kan dit zonder verdoving gebeuren.

Behandeling met een doxycyclinegel...
We heben een tandheelkundig materiaal waarin doxycycline (een antibioticum) opgelost is en waaruit de doxycycline langzaam vrij komt. Dit materiaal is ideaal om in te hechten in een schoongemaakte holte van een abces.

Nabehandeling...
De nabehandeling zal bestaan uit een antibioticum, eventueel een antibioticumzalf en een pijnstiller. Er wordt een antibioticum gegeven in afwachting van de uitslag van de bacteriële kweek en het antibiogram. Indien het gegeven antibioticum niet goed is wordt deze aan de hand van de uitslag aangepast. Ook zal het konijn indien het niet uit zichzelf eet gedwangvoederd moeten worden.

Welk antibioticum is geschikt voor een abces bij het konijn...
We gebruiken een onderhuids gegeven Penicilline injectie (wordt om de dag gegeven soms wel 8 weken of zelfs nog langer) en lokaal een Doxycylinezalf voor in de wond. We hebben goede ervaringen met deze onderhuidse penicilline injecties en zien geen spuitplekken of dysbacteriose ontstaan. Oraal (via de mond) mag er nooit penicilline aan het konijn gegeven worden, als het in de darmen terecht komt ontstaat er namelijk dysbacteriose.

De normaal gangbare antibiotica die bij het konijn gebruikt worden zijn niet geschikt om te gebruiken voor de behandeling van abcessen!
Trimethoprimsulfa (Bactrimel, Sulfatrim Drops, etc.) dringt niet in abcessen door en wordt zelfs afgebroken door pus, dit moet dus niet gebruikt worden!
Enrofloxacine (Baytril, Enrofloxaral Drops, etc.) werken niet tegen anaerobe bacteriën. Deze anaerobe bacteriën komen vaak voor bij konijnenabcessen.

Het is dus belangrijk om door middel van een bacteriële kweek na te gaan welke bacterie(n) er in het abces voorkomen en met een antibiogram welk antibioticum er tegen die bacterie(n) werkt. We hebben bijgehouden welke bacterien er vaak voorkomen. De meest voorkomende bacterien zijn: Anaerobe bacteriën en Pasteurella Multocida. Maar ook Staphylococcus Intermedius, Clostridium en Actinomyces.

Een konijn met een traanoog of ooguitvloeiing door calcium tekort...

Dacryocystitis is een ontsteking van het traanzakje en de traanbuis. Deze ontsteking kan ooguitvloeiing veroorzaken. Vaak is een kiesprobleem verantwoordelijk voor het ontstaan van de ooguitvloeiing. De traanbuis kan door kieswortel problemen dichtgedrukt of ontstoken raken. De traanbuis loopt vanaf het onderooglid naar de neusholte, aan het begin zit een verbreding en dit wordt het traanzakje of saccus lacrimalis genoemd.

Oorzaak...
De traanbuis kan dichtgedrukt raken door: een ontsteking of abces door een bijvoorbeeld een breuk van een kies. Een andere oorzaak is doordat er een ontsteking ontstaat door losliggende kiezen. De kiezen kunnen ook de verkeerde kant uitgroeien. In plaats van dat ze naar beneden groeien en op de onderliggende kiezen afslijten groeien ze naar boven het kaakbot in. De los liggende kiezen en de verkeerde groei worden veroorzaakt door een verkeerde voeding

Door voedingsfouten kan er een tekort aan calcium (osteodystrofie) ontstaan, zodat het bot van de kaken zachter wordt. De tanden en kiezen komen los te zitten in de tandkas en er kan een ontsteking aan de wortelpunt ontstaan. Ook kan het bot zo zacht worden dat de verankering van de kieswortel in het bot weg is en de kieswortel wordt dan als het ware naar boven gedrukt de bovenkaak in. Zie foto hieronder. Op de rechterfoto zijn twee kiezen blauw gemaakt die een sterk afwijkende ligging hebben. De kies die naar boven steekt (rechter plaatje) hebben we uiteindelijk ook kunnen trekken.

Symptomen...
Bij konijnen kan er door kiesproblemen ook een abces aan de onderkaak ontstaan. Het konijn heeft dan een bult bij de onderkaak die steeds groter wordt. Ook zie je vaak dat het konijn minder goed eet en minder actief is.

We zullen op deze pagina de bovenkaak problemen bij een konijn bespreken. Bij problemen aan de bovenkaak zie je vaak dat er overmatige uitvloeiing of dacryocystitis ontstaat. Uit het oog komt een wittige substantie die over de ooglidrand loopt. De huid onder het oog kan ontsteken en de haren kunnen gaan klitten.

Het oog kan uitpuilen...
Door een ontsteking van de traanbuis kan een abces ontstaan. Als de ontsteking heel erg wordt kan door het abces het oog naar buiten gedrukt worden.

Behandeling...
Onder sedatie zal de bek geinspecteerd worden. Om een goed beeld te krijgen worden er ook röntgenfoto van de schedel gemaakt. De stand en de plaats van de kiezen en tanden en een eventuele breuk is goed te zien. Er worden meerdere opnames gemaakt, het is belangrijk om de schedel in diverse standen te draaien om een goed beeld te krijgen.

Spoelen van de traanbuis...

We spoelen de traanbuis vanuit de traanbuisopening in het onderooglid met een spoelvloeistof door. Deze vloeistof bevat een antibioticum in een fysiologisch oplossing. Je kan zien dat er wittig materiaal uit de traanbuisopening bij het oog gespoeld wordt en dat het uit het neusgat loopt. Als nabehandeling krijgt het konijn oogdruppels om de traanbuis te behandelen.

Het trekken van een kies...

De kies of kiezen die het probleem geven worden getrokken. Een kies wordt alleen getrokken als deze los zit. Er moet geen kies getrokken worden die vast zit, het probleem is dat deze namelijk kan afbreken of er kan een groot stuk kaakbot loskomen. Met behulp van een gebogen elevator volgens Fahrenkrug kan de kies of kiezen getrokken worden. De mond is vrij smal en je hebt weinig ruimte om te werken.

De tegenoverliggende kies of kiezen aan de onderkaak hoeven niet getrokken te worden. Onze ervaring is dat deze kies maar heel langzaam zal groeien, ondanks dat er geen kies is waarop hij zal moeten slijten. Het lijkt erop dat er druk op de kies moet staan om uit te groeien. Voor de zekerheid laten we konijnen na een paar weken en maanden terugkomen om de kiezen te controleren.



Bacteriële kweek en antibiogram...
Voordat we de oorzaak behandelen, bijvoorbeeld een slechte kies of tand, wordt het abces steriel geopend. Pus uit het abces wordt met een swab (een soort wattenstaaf) in een speciale medium gebracht om na te gaan welke bacterie het abces veroorzaakt. In een laboratorium bij de faculteit Diergeneeskunde wordt deze kweek uitgevoerd en ze testen gelijk welk antibioticum geschikt is om deze bacteriën te bestrijden.

Abces openen en schoonmaken...
Het is van groot belang dat het abces grondig schoongemaakt wordt. Het abces wordt zo ruim mogelijk opengelegd en alle pus wordt weggehaald, daarna wordt de abcesholte grondig uitgespoeld. Voor het uitspoelen gebruiken we fysiologisch zoutoplossing. In dit geval geen waterstofperoxide oplossing omdat het dan in de maag terecht kan komen. Waterstofperoxide is alleen geschikt als het de abcesholte niet in verbinding staat met de mondholte.

Afhankelijk van hoe groot het abces is en op welke plaats het zit wordt één van de volgende behandelingen ingezet:

Behandeling met zalf....
De wond kan vaak niet met zalf behandeld worden, een eigenaar krijgt diep in de mond geen zalf in het gat. Zie foto hiernaast.
Indien er een opening in de huid gemaakt kan worden, bijvoobeeld onder het oog, dan kan er wel gezalfd worden met een antibioticumzalf.

Behandeling met calciumhydroxide...
Calciumhydroxide (CaOH) wordt in de tandheelkunde gebruikt om nieuw tandweefsel te laten vormen. Het wordt vaak gebruikt bij wortelkanaalbehandelingen. Wij gebruiken het omdat door de CaOH een hoge PH gevormd wordt, hierdoor gaan bacterien dood. Als CaOH ingehecht wordt moet dit na een week of 2 weer verwijderd worden. Het konijn moet hier weer voor onder verdoving.

Behandeling met een doxycyclinegel...
We heben een tandheelkundig materiaal waarin doxycycline (een antibioticum) opgelost is en waaruit de doxycycline langzaam vrij komt. Dit materiaal is ideaal om in te hechten in een schoongemaakte holte van een abces. Het slijmvlies van de mond wordt dichtgehecht nadat de gel aangebracht is.

Nabehandeling...
De nabehandeling zal bestaan uit een antibioticum, eventueel een antibioticumzalf en een pijnstiller. Er wordt een antibioticum gegeven in afwachting van de uitslag van de bacteriële kweek en het antibiogram. Indien het gegeven antibioticum niet goed is wordt deze aan de hand van de uitslag aangepast. Ook zal het konijn indien het niet uit zichzelf eet gedwangvoederd moeten worden.

Welk antibioticum is geschikt voor een abces bij het konijn...
We gebruiken een onderhuids gegeven Penicilline injectie (wordt om de dag gegeven soms wel 8 weken of zelfs nog langer) en lokaal een Doxycylinezalf voor in de wond. We hebben goede ervaringen met deze onderhuidse penicilline injecties en zien geen spuitplekken of dysbacteriose ontstaan. Oraal (via de mond) mag er nooit penicilline aan het konijn gegeven worden, als het in de darmen terecht komt ontstaat er namelijk dysbacteriose.

De normaal gangbare antibiotica die bij het konijn gebruikt worden zijn niet geschikt om te gebruiken voor de behandeling van abcessen!
Trimethoprimsulfa (Bactrimel, Sulfatrim Drops, etc.) dringt niet in abcessen door en wordt zelfs afgebroken door pus, dit moet dus niet gebruikt worden!
Enrofloxacine (Baytril, Enrofloxaral Drops, etc.) werkt niet tegen anaerobe bacteriën. Juist deze anaerobe bacteriën komen vaak voor bij konijnenabcessen.


Het is dus belangrijk om door middel van een bacteriële kweek na te gaan welke bacterie(n) er in het abces voorkomen en met een antibiogram welk antibioticum er tegen die bacterie(n) werkt. We hebben bijgehouden welke bacterien er vaak voorkomen. De meest voorkomende bacterien zijn anaerobe bacteriën en Pasteurella Multocida, maar ook Staphylococcus Intermedius, Clostridium en Actinomyces komen geregeld voor.

Een kaaktumor
We hebben een konijn behandeld die er tijdens de inspectie al anders uitzag dan een konijn dat een abces heeft. Er was een hele grote zwelling aan de linker zijkant van de bek te zien. Met onze kijker waren de kiezen niet te zien, normaal zie je bij een konijn altijd de kiezen!

Een röntgenfoto ....

De enorme zwelling bleek op de röntgenfoto een woekering van het kaakbot te zijn. Normaal ziet een zwelling ten gevolge van een abces er rustig uit maar bij deze zwelling was er witting in de bult op de röntgenfoto te zien. Om de diagnose 100% zeker te maken kan er een dunne naald aspiratie biopt genomen worden. Met een dun naaldje wordt de zwelling aangeprikt en hetgeen eruit gezogen wordt wordt ingestuurd naar een pathologisch laboratorium voor onderzoek.

Een tumor ....
Een tumor van de kaak komt gelukkig zelden voor, eigenlijk hebben we altijd met een abces te maken als er een bult of zwelling aan een kaak is.

De therapie ....
De behandeling bestaat uit het openen van de zwelling om de ontsteking en de pusvorming die ontstaan is door de tumor te behandelen. Met behulp van injecties duplocilline, een pijnstiller en zalf in de opengemaakte wond wordt de zwelling behandeld.

Wat is de prognose, of hoe lang mag je doorgaan? ....
Afhankelijk van de mate van groei zal de prognose afhangen. Zolang het konijn nog plezier in het leven heeft en goed eet is het rechtvaardig om door te gaan.
Als het konijn er last van begint te krijgen is het moment aangebroken om het in te laten slapen. 

Herkennen

 

                                       

Wanneer is je konijn nou precies ziek, veel mensen zijn hier onzeker over. Wanneer moet je afwachten, wanneer moet je ingrijpen.

Wanneer een konijn 24 uur of langer niet gegeten heeft, dan is er maar één ding te doen: met loeiende sirenes naar een konijnkundige dierenarts.

Een prooidier geeft zeer weinig signalen af wanneer het zich ziek voelt of pijn heeft. Bij een konijn moet je daarom op subtiele dingen letten. Als je je konijn goed kent is het makkelijker te merken of het dier iets mankeert. Gedragsverandering, ook al is het weinig, kan op een gezondheidsprobleem wijzen. Komt je konijn altijd blij naar je toe rennen als het je ziet, en nu niet, dan is dat een signaal. Laat het zich altijd graag aaien, maar vlucht het nu voor je weg, is dat ook een signaal. Valt het dier nijdig naar je hand uit terwijl het altijd graag geaaid wordt, kan dit een signaal van pijn zijn.

Wanneer vermoed wordt dat het konijn iets mankeert moet het dier direct binnenshuis gehuisvest worden, ongeacht het jaargetijde en temperatuursverschillen van buiten naar binnen. Een ziek konijn heeft een deken nodig en een kruik om zo goed warmgehouden te worden. Onderkoeling van een konijn is nog ernstiger dan koorts, en kan het einde van het dier betekenen. De lichaamstemperatuur van een konijn mag niet lager worden dan 38°C. Hoger dan 39,8°C betekent koorts, en ook dan mag een konijn beslist niet in een buitenhok blijven.

                                     

Algemene signalen die wijzen op een gezondheidsprobleem zijn:
-
Zwoegend ademen of een piepend geluid bij het ademen ook al is er nog eetlust
- Met het hoofd achterover zitten
- Met de rug naar je toe naar een hoek zitten kijken en niet reageren
- Het hoofd scheef houden
- Staande oren laten hangen, hangende oren van het hoofd of achterwaarts houden
- Steeds met de kop schudden zonder dat van vrolijkheid sprake is
- Vaak een een oor krabben
- Omrollen bij het zich wassen

 

Tekenen van pijn zijn:
- Een abnormaal gebogen zithouding
- Alert maar niet willen bewegen
- Traag bewegen en/of met grote moeite
- Lusteloos/ongeïnteresseerd
- Trillen
- Hyperventileren, hijgen
- Kreupel lopen
- Ongewone of plotselinge agressie
- Het verminderen of totaal verdwijnen van eetlust of lust tot drinken
- Tandenknarsen
- Zich verstoppen (indien niet normaal), naar een hoek gaan zitten kijken
- Geen interesse in wat er om zich heen gebeurt
- Grommen of "gillen" bij : lopen, plassen, poepen, oppakken, onderzoeken of zonder aantoonbare reden
- Smerige vacht omdat het dier geen interesse heeft zich te wassen
- Veel tijd nodig hebben met eten
- Voedsel uit de mond laten vallen

Zie verder ook symptomen om de soort ziekte te herkennen

Alles wat hierboven genoemd wordt is een reden om actie te ondernemen. Een dagje afwachten "om te zien of het morgen beter gaat" kan fataal voor het konijn verlopen. Zoals gezegd geeft een prooidier zeer weinig signalen af, en wanneer bovengenoemde signalen gezien worden loopt het dier al langer met een gezondheidsprobleem en is een direct bezoek aan de dierenarts van het allergrootste belang.

 

 

Naar de dierenarts   

Bij Konijnen kan het moeilijk te zien zijn of ze echt ziek zijn. Het vereist vaak wat ervaring om te zien dat er iets aan de hand is, omdat Konijnen er erg goed in zijn zichzelf groot te houden. Als prooidier zijnde hebben ze daar ook belang bij, een ziek dier zal eerder bejaagd worden dan een gezond uitziend dier.

Konijnen kunnen een aantal problemen krijgen. Soms kun je een probleem zelf verhelpen, maar vaker zal de dierenarts er aan te pas moeten komen.

Dingen waar je acuut mee naar een dierenarts wil:

  • plakpoep met maden erin.                                                          
  • koorts
  • langer vasten dan 24 uur.
  • niet meer kunnen plassen.
  • bevalling die niet doorzet.
  • een ongeluk(je) waarvan een Konijn zich niet herstelt.
  • scheve kop/evenwichtsstoornissen
  • rare bulten op zijn gezicht of onderkant, eventueel met uitvloeiing.
  • gepakt door een hond, kat of ander roofdier.
  • niet meer kunnen huppen of lopen.
  • slecht herstel na operatie.
  • hechtingen die losgaan.
  • duidelijk hoorbare/piepende/reutelende ademhaling
  • totale apathie die langere tijd aanhoudt

Als je twijfelt, overleg dan met een dierenarts.
Geef de dierenarts duidelijk informatie. Maak desnoods van tevoren even een lijstje van alle symptomen.
Je kunt voor je gaat, de temperatuur opnemen: een Konijn moet tussen de 38 en 39,5 hebben.

                    

 

 

 

Gebruik hiervoor een elektronische kinderthermometer: die hebben een kleine punt, lezen makkelijk af en gaan meestal sneller dan een kwikthermometer. Ook zijn ze vrijwel altijd onbreekbaar. Vet de punt in met vaseline. Als het lastig gaat, pas dan de handdoek-truc toe.
's Avonds en het weekend kan het lastige zijn dat je eigen dierenarts niet bereikbaar is, en je niet zeker weet of de dierenarts die te spreken krijgt, het nodige van Konijnen afweet. Probeer dan toch goed en open te overleggen. Vraag of hij/zij in je Konijn zijn mond wil kijken, de temperatuur op wil nemen en even wil luisteren met de stethoscoop. De meeste dierenartsen zullen dit als routine al doen.

Dingen die op problemen kunnen wijzen:

  • als je Konijn niet op zijn normale tijden eet, of al langer vast dan 12 uur
  • als hij koorts heeft
  • als hij ondertemperatuur heeft
  • als zijn buik veel borrelt of juist helemaal geen geluid maakt
  • als hij diarree heeft.
  • als hij niet meer poept
  • als hij moeizaam plast
  • als er bloed bij de urine zit
  • als hij niet gewoon meer hupt
  • als hij in elkaar gedoken blijft zitten en nauwelijks meer reageert
  • etterige uitvloeiing uit ogen en/of neus heeft
  • als hij veel niest en/of een moeizame ademhaling heeft
  • als hij zich verstopt en weigert tevoorschijn te komen

Blijf nooit zelf dokteren. Als een gasaanval niet binnen uiterlijk 12 uur overgaat, ondanks het gebruik van simethicone en buikmassage, bel dan de dierenarts. Ook als gasaanvallen terugkomen.
Gebruik nooit zomaar medicijnen die je van de dierenarts hebt gekregen: doe dat altijd in overleg.
Als je een andersoortige genezer dan een allopathische (gewone) dierenarts raadpleegt, laat dit dan ook aan je eigen dierenarts weten, eventueel kan er dan overlegd worden.
En ook alternatieve medicijnen, of ze nou wel of niet vrij verkrijgbaar zijn, moet je niet zomaar gaan gebruiken, of omdat de buren er zulke goede ervaringen mee hebben. Ook deze middelen moeten onder begeleiding van een deskundige worden toegepast en er zal moeten worden gekeken of ze niet vechten met andere spullen die je gebruikt.
Alternatieve geneeswijzen geven vaak ondersteunende additieve hulp, maar het is belangrijk dat er eerst een juiste diagnose gesteld wordt door een dierenarts.

Bij een heel aantal problemen kan de oorzaak in de mond zelf zitten: kiezen die doorgroeien of de verkeerde kant uitgroeien, tanden die te lang zijn, een tong die beschadigd is.
Soms heb je dat niet meteen in de gaten: een Konijn wat door een gebitsprobleem gaat kwijlen, zal zichzelf heel erg gaan zitten wassen. Daardoor ziet zijn vacht er slecht uit en/of er ontstaan kale plekken. Vaak wordt er dan aan schimmel of mijt gedacht, het is dan toch verstandig om als routine controle even in de bek te kijken.

Hoe houd je een Konijn gezond:

  • regelmatige etenstijden
  • vers groenvoer en niet met grote hoeveelheden tegelijk
  • vezelrijke brokjes, zoals Hope Farms
  • hooi                                                                                                 
  • knaagtakken
  • niet teveel zoet en geen vet
  • op tijd laten inenten
  • niet zonder noodzaak optillen
  • nagels controleren en zo nodig knippen
  • regelmatig nakijken op afwijkingen
  • bewegingsvrijheid
  • aandacht en afleiding
  • een Konijnenmaatje
    Symptomen
                   
     MOGELIJKE OORZAAK
    SYMPTOMEN (niet alle symptomen hoeven gelijktijdig gezien te worden)
    Blaasproblemen
    -verlies van goede zindelijke gewoontes of druppels verliezen
    -zich strekken (persen) bij het plassen
    -nat rond de geslachtsorganen cq achterpoten cq buik of
    -chronische huidirritatie in dat gebied vanwege de brandende urine
    -urine die er uitziet als tandpasta (dik)
    -bloed in de urine
    (Bloed in de urine moet bevestigd worden door een microscopisch onderzoek, of met een urine "dipstaafje". Veel mensen verwarren de rode kleurstof die vaak vrijkomt na het eten van bepaalde groente met bloed in de urine).
    Coccidiose
    zachte en/of natte keutels (niet te verwarren met blindedarmkeutels), of verstopping en/of gas, jonge konijntjes meestal kort na aanschaf diarree, stil, ziek
    Darmimmobiliteit
    geen keutels, geen eetlust (dezelfde symptomen zijn bij verstopping te zien) gasvorming, kan af en toe een luid borrelend geluid in de darm, later apathisch. 
    Darmslijmvliesontsteking
    slijm tussen de keutels, niet eten of drinken, lusteloosheid, met gasgevulde buik, buikpijn, diarree (met of zonder bloed).
    Gas
    - stopt plotseling met eten, hoeft zelfs de lekkerste dingen niet, kan knarsetanden van pijn
    - wordt heel stil of blijft liggen
    - wordt vaak koud
    - er kunnen harde of krakende geluiden in de buik te horen zijn
    Gebitsproblemen
    een hapje eten nemen en dan stoppen, steeds minder eten, geen hooi of groenvoer meer eten, stoppen met eten, natte mondhoeken en/of kin, een knarsend geluid tijdens het eten.
    Verstopping
    meestal steeds minder eten, tenslotte stoppen met eten. De keutels worden kleiner en kleiner, en op een gegeven moment komt er niets meer. Blijft vaak eerst levendig, later ziek en gasvorming
    Madenziekte
    wondjes in de buurt van de anus, vreemde kale plekken, apathisch gedrag van het konijn en gaatjes in de huid.
    Middenoorontsteking
    opstaand oor plathouden, hangend oor wat verder van het hoofd houden, kop schuin houden, aan het oor krabben, mogelijk de kop vaker schudden, verlies van eetlust, stiller gedrag.
    Myxomatose
    gezwollen oogleden (slaperige ogen) zijn een klassiek teken, samen met gezwollen lippen, kleine zwellingen aan de binnenkant van het oor en dikke zwellingen rond de anus en geslachtsorganen.
    Oormijt
    meer dan normaal het hoofd en de oren schudden, de oren helemaal kapot krabben, vieze inwendige oorschelpen.
    Pasteurella
    heeft vele vormen, het meest voorkomende, herkenbare symptoom is een conditie die "snot" genoemd wordt, met niezen, natte neus, en vieze voorpootjes van het steeds de neus schoonmaken.

    VHS

    Het konijn stopt met eten en krijgt meestal diarree, soms vloeibaar stinkend, soms bloederig, en het bloedt op het laatst soms uit de neus. De inwendige organen worden aangetast.Of het dier wordt alleen maar stil, en sterft plotseling al na een paar uur.


    Myxomatose
                    

    Waar Myxomatose vandaan komt 

    Oorspronkelijk werd Myxomatose vanuit Brazilië (waar het voor het eerst omstreeks 1930 werd ontdekt) naar Australië geïmporteerd. De bedoeling was de enorme konijnenpopulatie onder controle te krijgen. In Brazilië werden de (wilde) Cotton Tail konijnen in lichte mate besmet, ze kregen slechts kleine bulten die ze zelf maakten als afweer tegen de ziekte. In Australië verliep de ziekte echter rampzalig en roeide bijna alle konijnen uit.

    De ziekteverwekker
    Myxomatose bij konijnen wordt veroorzaakt door een virus. Dit virus is een soort pokkenvirus, dat graag in de huid van een konijn groeit. Zoals bij alle virussen is het organisme zeer klein en kan alleen met behulp van een microscoop gezien worden.

    Myxomatose herkennen                                      
    De eerste tekenen van Myxomatose zijn dikke, vochtige zwellingen om het hoofd en de snuit. Gezwollen oogleden (slaperige ogen) zijn een klassiek teken, samen met gezwollen lippen, kleine zwellingen aan de binnenkant van het oor en dikke zwellingen rond de anus en geslachtsorganen. Binnen één of twee dagen kunnen deze zwellingen zo erg geworden zijn dat ze blindheid veroorzaken en er misvorming ontstaat bij de snuit, mond, oren en neus.

    Myxomatose in beginstadium

     

     

     

    Welke haasachtigen Myxomatose kunnen krijgen
     

  • Het Europese konijn, waar onze wilde tamme konijnen van afstammen, is zeer vatbaar voor de ziekte. Hazen zijn niet vatbaar voor deze ziekte.

    Vatbare rassen
    Alle soorten rassen zijn vatbaar, inclusief de wilde konijnen in ons land. Ook de "huis"konijnen en tentoonstellingskonijnen, inclusief dwergkonijnen, hangoorkonijnen etc. Er bestaat wel een kleine kans dat het ene ras vatbaarder is dan het andere.

    De ziekteverspreiding
    Myxomatose wordt door bloedzuigende insecten verspreid. Het meest belangrijke insect dat de ziekte verspreidt is de konijnenvlo, die regelmatig bij wilde konijnen wordt gevonden. Het Myxomatose virus kan vele maanden in het bloed van vlooien in leven blijven. Waarschijnlijk wordt de ziekte van jaar tot jaar overgedragen omdat de vlooien in konijnenholen overwinteren.

    Bij tamme konijnen wordt deze vlo niet zo vaak gevonden maar in de meeste Europese landen draagt de mug in belangrijke mate bij tot de verspreiding van de ziekte.

    Als de mug of vlo het konijn bijt, komt, terwijl het insect bloed zuigt, een klein beetje levend virus in de huid van het konijn. Binnen een paar dagen zit het virus in een plaatselijke lymfeklier en verplaatst zich via het bloed naar andere plekken in het lichaam. Het virus vermenigvuldigt zich meestal in de huid rondom de ogen, de neus, de snuit, de zachte huid in de oren en ook in de huid rond de anus en de geslachtsorganen.

    Myxomatose wordt in Nederland niet verspreid door contact van het ene konijn met het andere. De ziekte wordt echt door een stekend insect overgebracht. 

    De incubatietijd van Myxomatose
    De incubatietijd verschilt enigszins dier tot dier maar varieert van minimaal vijf dagen tot maximaal veertien dagen (incubatietijd is de tijd vanaf dat het virus binnendringt tot de eerste keer dat er tekenen van de ziekte worden gezien).

    Meestal snelle dood
    Het tijdstip van overlijden varieert ook. Sommige dieren kunnen weken of maanden na de infectie nog in leven zijn, maar over het algemeen is de infectie in een vatbaar konijn hevig en treedt de dood binnen 12 uur in..

            

                

    Het  ziekte verloop

    In korte tijd worden besmette konijnen blind vanwege de zwelling rond de ogen, en dit maakt eten en drinken vaak moeilijk. Toch zijn er soms wilde konijnen te zien, die Myxomatose hebben en rustig gras lopen te eten. Natuurlijk zijn veel konijnen in dit stadium een makkelijke prooi voor vossen en andere roofdieren. Andere konijnen kunnen makkelijk gewond raken, of doodgereden worden op wegen, maar de meest voorkomende doodsoorzaak is een latere longinfectie die meestal 8 dagen na het begin van de ziekte optreedt. Bij tamme konijnen verloopt de ziekte meestal langzamer en komt de dood niet zo snel omdat de eigenaar het konijn zoveel mogelijk verzorging geeft.

    Niet alle besmette konijnen sterven
    Genezing in de natuur is zeldzaam (misschien 5 - 10% van de wilde konijnen herstelt uiteindelijk van Myxomatose), genezen konijnen zijn een leven lang immuun, en produceren zelfs een immuun nageslacht. Herstel van tamme konijnen is in sommige gevallen gerapporteerd, dankzij uitstekende verzorging met dwangvoeren, warmte, antibioticum. Helaas behoren deze gevallen tot een uitzondering. 

    Hoe kan de ziekte bedwongen worden?

    De ziekte kan op twee manieren bedwongen worden:

    1. Controleren op parasieten.

    Controleren op vlooien is belangrijk en dit kan inhouden dat niet alleen wilde konijnen bij huiskonijnen uit de buurt gehouden moeten worden, maar dat er ook vlooienbestrijdingsmiddelen gebruikt moeten worden.

    Waarschuwing! Gebruik nooit FRONTLINE  bij een konijn...  Er zijn konijnen ziek geworden en/of overleden na gebruik van Frontline. De fabrikant waarschuwt artsen dit middel niet bij konijnen te gebruiken. Deze waarschuwing wordt helaas niet overal gehoord..

    ADVANTAGE
    Er zijn goede berichten over het gebruik van Advantage bij konijnen. De dosering moet dan aangepast worden. Voor een konijn kan een pipetje voor jonge katjes gebruikt worden. Voor hele kleine dwergjes niet het hele pipetje gebruiken, voor hele jonge konijntjes helemaal niet. Het moet het op een plaats aangebracht worden waar een konijn zich niet kan likken .... Als er meerdere konijnen zijn is het beter ze gedurende 12 uur te scheiden, zodat ze elkaar's vacht niet kunnen likken en het middel naar de huid kan zakken. 

    STRONGHOLD
    Stronghold wordt goed door konijnen verdragen, en wordt bij deze dieren steeds vaker toegepast ingeval van huidmijt, vachtmijt, luis en vlooien. Een pipetje voor kittens is geschikt, de behandeling moet na 30 dagen herhaald worden en evt. weer na 30 dagen nog eens. Samenwonende konijnen mogen elkaar gedurende minstens 6 uur niet kunnen aflikken wegens gezondheidsbezwaren.

    In veel dierenzaken en natuurvoedingswinkels worden "natuurlijke" vlooienpoeders verkocht. Deze bevatten over het algemeen mint, eucalyptus of andere kruiden. Ga er niet vanuit dat deze producten veilig zijn omdat ze natuurlijk zijn, of in een natuurvoedingswinkel zijn gekocht. Al deze producten bevatten toch chemicaliën, en kunnen een dodelijk effect hebben op zoogdieren. Sommige van deze kruiden kunnen misschien veilig door mensen gegeten worden, maar kunnen een konijn doden...

    Ook andere huisdieren moeten behandeld worden tegen vlooien, en de omgeving moet vlo-vrij gehouden worden. Bij het behandelen van kamers moeten konijnen daar 24 uur buiten gehouden worden.

    2. Vaccinaties       

    In Nederland worden de konijnen tegen Myxomatose ingeënt met Lyomyxovax. De fabrikant van Lyomyxovax is Merial. Merial adviseert konijnen vanaf 1 maand oud te vaccineren. Het beste kan dit in april/mei, voordat de stekende insecten verschijnen. Geadviseerd wordt ook de dieren in juli of augustus een herhalingsenting te laten geven. Bij dwergkonijnen adviseert Merial met de enting te wachten tot de leeftijd van 3 maanden. Vooral na de eerste enting kan een reactie optreden in de vorm van een bult op de entingsplek. Meestal verdwijnt de bult vanzelf, maar er moet altijd op gelet worden en in geval van twijfel moet de dierenarts hier even naar kijken. Bij het injecteren met niet steriele (= eerder gebruikte) injectienaalden kunnen namelijk abcessen ontstaan. 

    Gegarandeerde beschermingsduur
    De vaccinatie wordt door de fabrikant 2 tot 4 maanden gegarandeerd. Na de eerste vaccinatie zou binnen niet al te lange tijd de tweede vaccinatie gegeven moeten worden. Verder is het over het algemeen voldoende de konijnen 2x per jaar te laten vaccineren, namelijk in april/mei en in de nazomer. Konijnen bouwen door de regelmatige entingen zelf ook weerstand op.

    Niet vaccineren als...!
    Zwangere vrouwtjes en konijnen met snot, of andere gezondheidsproblemen, mogen niet gevaccineerd worden. Kort voor of na een operatie (ook castratie) mag niet gevaccineerd worden. Een konijn moet in goede conditie zijn voor deze enting.

    Toch nog ziek
    Na de entingen is het nog mogelijk dat een konijn een lichte vorm van myxomatose krijgt. Meestal is het dan slechts een lokale vorm, en over het algemeen overleeft het konijn dit, in tegenstelling tot een niet geënt konijn. Belangrijk is dan om te zorgen dat het konijn blijft eten (desnoods dwangvoeren) en het is nodig om een breedspectrum antibioticum te geven om secundaire bacteriële infecties te voorkomen. Het konijn moet uiterst warm gehouden worden, een buitenkonijn moet binnenshuis verzorgd worden. Het myxomavirus is actiever bij lage temperaturen, hoe hoger de omgevingstemperatuur is hoe minder kans het virus heeft om te groeien.


    VHS

                                                                                         

    VHS toen en nu, de geschiedenis van VHS op aarde...   

    VHS staat voor Viral Hemorrhagic Syndroom.

    • In 1984 is VHS is voor het eerst gesignaleerd, en wel in China. De Chinezen beweren dat de ziekte door een scheepslading Angora konijnen uit Duitsland is binnengebracht. Deze bewering wordt gesteund door rapporten van onbekende fatale ziekten. Deze rapporten gingen vooraf aan de Chinese infecties en gingen al rond in verschillende delen van Europa. De laatste uitbraken van het virus die gerapporteerd werden in China waren in Taipei in 1996. Deze rapporten omvatten drie afzonderlijke gevallen en in totaal 3.200 doden. Door middel van vaccinatie-plannen is de ziekte onder controle gebracht. VHS heerst alleen zo nu en dan en blijft beperkt tot kleine gebieden.
    • In 1988 werd VHS in Mexico geconstateerd en stond in verband met een invoer van konijnen uit China die niet correct gecontroleerd was. De eerste tekenen van de infectieziekte openbaarden zich vlak bij Mexico City. Vanaf die plaats verspreidde de ziekte zich binnen twee maanden naar 159 andere plaatsen, tot 640 km. van de grens met Texas. Uiteindelijk hielp de USDA ( United States Department of Agriculture) de ziekte uit te roeien. Ongeveer 50.000 konijnen stierven aan VHS, en om en nabij de 100.000 gezonde konijnen, die blootgesteld waren geweest de ziekte, werden afgemaakt. Mexico had VHS uitgeschakeld.... De laatste geconstateerde infectie was op 10 april 1991 en inspecties in 1992 brachten geen nieuwe infectie-gevallen aan het licht.
    • In 1989 werden zowel VHS als het Europese Bruine Haas Syndroom gerapporteerd in Croatië. In 1990 werd op 24 plaatsen in het zuid-westelijke deel van Croatië het uitbreken van deze ziekten geregistreerd.
    • In 1990 werd in de vroege zomer in België het uitbreken van VHS gesignaleerd. Deze oorspronkelijke infectie omvatte tien kleine plaatsen waar binnen 1 week tussen 65% en 100% van de konijnen ouder dan twee maanden overleed. De meeste konijnen stierven binnen 24 uur zonder symptomen.
    • In 1992 kwam VHS Engeland binnen. De ziekte verspreidde zich naar Cumbria, Schotland en Noord Ierland, en besmette op die manier heel Engeland. VHS verplaatst zich heel snel over afstanden tot 240 km. Het duurde twee jaar tot er vaccins beschikbaar waren. In 1995 en 1996 waren er meer dan 500 bevestigde uitbraken van VHS.
    • In 1993 werd de ziekte voor het eerst in Cuba door het gemeentebestuur van Caimito gerapporteerd. Sinds 1997 is het aantal aan VHS gestorven konijnen op dit eiland toegenomen tot 1.606. Meer dan 1.300 konijnen zijn sindsdien afgemaakt in een poging de ziekte op dit eiland uit te bannen.
    • In 1994 rapporteerden de Spaanse autoriteiten het uitbreken van VHS in het Donana National Park. In twee verschillende konijnenkolonies brak de ziekte uit.
    • In 1995 startte een publieke discussie over de plannen van de Australische en Nieuw Zeelandse regeringen om het konijnen Calici Virus (VHS) los te laten op de wilde konijnenpopulatie om deze zo (trachten) te vernietigen. Konijnen zijn in geen van beide landen inheems en worden als "de pest" beschouwd. In hetzelfde jaar brak VHS "per ongeluk" uit in Australië, ondanks de zware controle die uitgeoefend werd op de virus-test-voorzieningen die op een eiland bij de Australische zuidkust geplaatst waren.
    • In 1996 is het uitbreken van VHS gerapporteerd op de Fiji-eilanden.
    • In 1997 zijn VHS-gevallen gerapporteerd in Indonesië.
    • In 1997 besloot de regering van Nieuw Zeeland het VHS-virus niet los te laten als een biologisch bestrijdingsmiddel omdat er onder andere "te weinig kennis van de epidemiologie van het Konijnen Calici Virus was". Toch begon Nieuw Zeeland in oktober 1997 het uitbreken van het virus te rapporteren. Een groep South Island boeren had het virus illegaal Nieuw Zeeland binnengehaald. De Australische regering is nog steeds "gecontroleerd" loslaten van het virus van plan.
    • Tot 2000 zijn er elk jaar in Nederland kleine uitbarstingen geweest van het virus. Omdat veel mensen hun konijn preventief laten enten is het virus redelijk onder controle te houden.

     

    VHS (VHD, RHD),
    symptomen en preventie

    Het VHS-virus kan konijntjes vanaf ± einde 8e week treffen. De ziekte heeft praktisch altijd een dodelijk verloop.

    Het virus wordt overgebracht door geïnfecteerde tamme of wilde konijnen, door ongedierte, door andere huisdieren, het zit in water, in voedsel, op mensen, op kleren, op dingen, aan vogelpoten of in vogelpoep, het wordt verspreid door vliegen en bij hoge concentraties zweeft het in de lucht. Het maakt niet uit of het konijn binnen of buiten woont.

    Als iemand in aanraking is geweest met een ziek konijn kan die persoon het virus aan de kleren of onder de schoenen meenemen naar een ander konijn, dat dan ook ziek wordt. De ziekte breidt zich ontzettend snel uit.

    Verschillende vormen van VHS

    Bij VHS worden drie vormen onderscheiden:
    a) Zeer snel verlopende vorm (binnen enkele uren) met plotselinge dood en ontbreken van symptomen.
    b) Snel verlopende vorm met lusteloosheid, stoppen met eten, benauwdheid, koorts tot 42C, stuiptrekkingen, soms tandenknarsen en schreeuwen. Vaak is in het laatste stadium vlak voor de dood een schuimige, bloederige neusuitvloeiing.
    c) Milde vorm, die echter zeldzaam is. Deze vorm kan voor slepende ziekteverschijnselen zorgen. Wanneer herstel optreedt ontstaat levenslange immuniteit.

    Niet uit te roeien

    Heeft het virus eenmaal dodelijke slachtoffers gemaakt in huis of buitenhok, dan zal elk nieuw konijn in die omgeving geplaatst ook weer de ziekte krijgen en sterven. Het virus is niet te vernietigen, en leeft 2-3 maanden, dan sterft het zelf. Zolang het virus rondwaart, is alleen een ingeënt konijn veilig. Ook een andere kamer in huis helpt niet, het virus zit, door heen en weer lopen van de mensen, overal.

    Preventie

    De ziekte is niet te genezen, wel te voorkomen. Alleen PREVENTIEVE enting kan voorkomen dat je konijn ziek wordt.

    Het beste kan het konijn op het einde van de 7e, begin van de 8e levensweek ingeënt worden. De enting heeft een werkingsduur van 1 jaar, dus eenmaal per jaar inenten is voldoende. De beste tijd om de inenting te laten geven is april/mei, zodat het konijn in de zomermaanden het best beschermd is. Een konijn moet in goede conditie zijn voor deze inenting, een dierenarts zal het dier eerst moeten onderzoeken of het gezond is.

    De eerste inentingen moeten gegeven worden als het konijn er de leeftijd voor heeft, ongeacht de tijd van het jaar.

    Ook bij het aanschaffen van een ouder konijn, of een konijn uit een asiel, is het raadzaam het dier direct te laten inenten, als dat nog niet gedaan is. Dan de volgende entingen zoveel mogelijk in de aangegeven maanden laten geven. 

    Inentingen                

    Meestal wordt geënt tegen VHS en Myxomatose tegelijk. In Nederland wordt voor VHS meestal Cunical gebruikt, de fabrikant van het vaccin is Merial. De prijzen van de inentingen lopen uiteen, dat is per dierenarts verschillend. Vaak moet een verpakking voor 10 konijnen opengemaakt worden.  Als slechts één konijn ingeënt moet worden, zijn er dierenartsen die de volledige prijs van de opengebroken verpakking doorberekenen...

    Niet alle dierenartsen doen dit, dus het beste kunnen verschillende artsen opgebeld worden, om naar de inentingsprijs te vragen, en zo een prijsvergelijking te hebben.

    Het goedkoopst is het altijd, als meer konijnen tegelijk ingeënt worden. Daarom is het verstandig om samen met buren, vrienden, kennissen en familieleden die ook konijnen hebben de dieren tegelijk te laten inenten.

    Niet inenten als...!
    Zwangere vrouwtjes en konijnen met snot, of andere gezondheidsproblemen, mogen niet ingeënt worden. Kort voor of na een operatie (ook castratie) mag niet ingeënt worden. Een konijn moet in goede conditie zijn voor deze inenting. Tussen inentingen en een medische ingreep moeten minimaal twee weken zitten.


    Torticollis of Evenwichtsziekte

    De Latijnse naam voor deze ziekte is Torticollis, maar het wordt in de medische wetenschap ook wel "evenwichtsziekte" genoemd. Andere namen zijn "scheve kopziekte"en "draainek". Door deze ziekte staat het hoofd van het konijn opzij gedraaid. Vaak rolt het konijn ook om door gebrek aan evenwicht, of loopt rondjes, en bewegen de ogen snel van links naar rechts of van boven naar beneden (nystagmus). In ernstige gevallen raakt het konijn volkomen gedesoriënteerd en kan niet meer lopen

    De symptomen kunnen ineens verschijnen of langzaam erger worden..

    Torticollis is geen ziekte op zichzelf, maar een signaal van een onderliggende ziekte. Er zijn verschillende oorzaken voor het ontstaan van Torticollis, de meest voorkomende zijn E. cuniculi, een binnenoorontsteking en een trauma. Binnenoorontsteking kan ontstaan via een infectie in de luchtwegen, via het bloed, of door een oormijtbesmetting/middenoorontsteking. In de eerste gevallen is het een bacterieel probleem, in het laatste een parasitair probleem met bijkomende bacteriële infecties.

    NB. Een tijdelijke torticollis kan veroorzaakt worden door een spierspasme van de nekspier. Doordat de hals- en nekspieren verkorten wordt de kop naar één kant getrokken. Dit zal vanzelf weggaan als de spier zich weer ontspant. De oorzaak kan o.a. ook psychische spanning zijn. Omdat de symptomen tijdelijk optreden doen ze denken aan een epileptische aanval, en kan hiermee verward worden.

    Wat moet u doen

    Een buitenkonijn moet direct binnenshuis gezet worden bij de eerste symptomen, ongeacht eventuele temperatuursverschillen, om een goede verzorging mogelijk te maken. Er moet gezorgd worden dat het konijn zich niet kan beschadigen bij het omvallen. Hiervoor kunnen de wanden en bodem van een kleine kooi of een grote doos opgevuld worden met bijv. een dikke laag handdoeken, in deze kleine ruimte vindt het konijn steun bij het omrollen. Vervolgens is een bezoek aan de dierenarts nodig.

    Er hoeft in dit stadium niet aan euthanasie gedacht te worden omdat er vaak heel goede kansen op genezing zijn, hoewel dat een langdurige kwestie kan worden. Zolang het konijn nog wil eten en drinken heeft het geen pijn en wil het dier leven. Ook wanneer het konijn niet zelf kan eten maar wel gevoerd of gedwangvoerd wil worden (dus gewoon slikt), is er goede hoop op genezing.
     

    Torticollis veroorzaakt door Encefalitozoön cuniculi

    Encefalitozoön cuniculi (E.cuniculi) is een protozo, ofwel een eencellig diertje. Het is een "obligaat parasitair protozoaal organisme", wat betekent dat het alleen in andere dieren kan leven; het kan niet leven of groeien buiten zijn gastheer, zoals bacteriën dat kunnen - E.cuniculi is niet gevoelig voor antibioticum, en moet bestreden worden met fenbendazol (verkrijgbaar onder de merknaam Panacur) of albendazol. Een breedspectrum antibioticum wordt daarbij meestal gegeven om bijkomende infecties te bestrijden.

    Torticollis veroorzaakt door E.cuniculi komt zeer vaak voor en we kunnen stellen dat deze parasiet de meeste keren de oorzaak is van de ziekte. De symptomen zijn precies hetzelfde als bij binnenoorontsteking (zie een eindje lager), veroorzaakt door een bacterie. Omdat onderzoek naar de oorzaak bacterie of E. cuniculi te lang duurt, en een snelle start van de behandeling beslist noodzakelijk is, spelen veel dierenartsen op safe en gaan direct over tot het gelijktijdig behandelen van èn een mogelijke bacterie èn mogelijk de parasiet E. cuniculi. Hiervoor wordt een breedspectrum antibioticum (meestal enrofloxacine) ingezet tegen een mogelijke bacterie, gecombineerd met fenbendazol tegen mogelijk E. cuniculi. Fenbendazol is de werkzame stof van Panacur en is veel gevallen in staat gebleken E. cuniculi te kunnen uitschakelen.

    Geen euthanasie!
    Nog steeds staan veel dierenartsen te snel klaar met een euthanasie spuit. Zeer veel konijnen genezen van E.cuniculi, al zien ze er een tijd meelijwekkend uit.
    Klik hier voor een fotoreportage van Ralph, een van de konijnen die de ziekte met succes overwonnen hebben.

    DE BEHANDELING

    Aanvangsbehandeling
    De jongste ervaringen wijzen uit dat behandeling van E.cuniculi het meest succesvol verloopt als wordt gestart met meloxicam, fenbendazol, cisapride en enrofloxacine gedurende de eerste drie dagen.
    *Meloxicam (merknaam Metacam) is een pijnstiller met ontstekingsremmende eigenschappen, en wordt ingezet om ontstekingen te remmen.
    *Fenbendazol (merknaam Panacur) is een antiwormmiddel wat e.cuniculi kan bestrijden
    *Cisapride (merknaam Cisaral) is een darmstimulerend middel om de darmen te helpen optimaal te functioneren.
    *Enrofloxacine (merknaam Enrofloxoral of Baytril) is een antibioticum.

    Doseringen
    -De dosering van meloxicam (Metacam) is oraal 0,065 ml. per kg. lichaamsgewicht elke 12 uur.
    -De dosering van cisapride (Cisaral) is oraal 0,5 ml per kg. lichaamsgewicht elke 12 uur.
    -De dosering van fenbendazol (Panacur) is oraal 20 mg per kg. lichaamsgewicht elke 24 uur.
    (Wordt een 2,5% oplossing Panacur gegeven, dan is de dosering 0,8 ml. per kg. lichaamsgewicht elke 24 uur).
    - De dosering van enrofloxacine is
    Baytril: 0,4 ml/kg lichaamsgewicht elke 12 uur,
    Enrofloxoral drops 0,5 ml/kg lichaamsgewicht elke 12 uur.
    Doel van de behandeling deze eerste drie dagen is het lichaam aan te zetten tot optimaal functioneren.

    NB. De medicijnen kunnen kort na elkaar gegeven worden. Het is belangrijk om de medicatie op vaste tijden te geven, vooral de Panacur luistert nauw. Panacur mag ook beslist niet ondergedoseerd worden, want dat wekt resistentie op. Iets overdoseren is geen bezwaar.
    Het is verder de bedoeling dat bovenstaande medicijnen gegeven worden zoals genoemd, dus niet bijv. Carprofen drops ipv Metacam.

    Nieuwste ontwikkeling: enkele dierenartsen zetten de eerste drie dagen geen meloxicam in maar Dexamethason, om ontstekingsactiviteiten af te remmen. Hiermee worden behoorlijke resultaten geboekt. Hierna wordt overgegaan tot het geven van meloxicam zoals in de vervolgbehandeling staat beschreven.

    Vervolgbehandeling
    Na deze drie dagen wordt de behandeling nog minimaal vier tot acht weken voortgezet met fenbendazol(Panacur), enrofloxacine (Baytril of Enrofloxoral) en meloxicam(Metacam). Meloxicam nogmaals is in dit geval niet als pijnstiller bedoeld maar uitsluitend als broodnodige ontstekingsremmer.
     

            

    Het is vreselijk om je dier zo te zien liggen, opgekruld als een wokkel. Veel eigenaren menen dat nu het dier uit zijn 'lijden' verlost moet worden. In werkelijkheid is dit een voorbijgaande toestand, waar het konijn doorheen geholpen moet worden.
    Pas wanneer een konijn niet meer wil slikken is de strijd gestreden, niet eerder.

     

    Onderkoeling.
    Een E.cuniculi- konijn heeft sterke neiging tot onderkoelen. De lichaamstemperatuur kan snel tot lager dan 37 graden zakken. Het is van het grootste belang dat goed op de lichaamstemperatuur wordt gelet, en wanneer het konijn te koud is moet het dier direct opgewarmd worden met kruiken/warmtemat en warmtelamp. De juiste lichaamstemperatuur is 38,5-39,5 graden Celcius, en mag beslist niet lager worden dan 38 graden Celcius. Wanneer de lichaamstemperatuur te laag wordt, lukt het niet de ziekte te overwinnen. Voedingsstoffen worden dan niet door het lichaam opgenomen en medicatie slaat dan niet goed aan. Wil het konijn niet bij de warmtebron blijven dan moet het dier klein gehuisvest worden in een kooi zodat het bij de warmtebron moet blijven.
    Een electrische warmtemat/kussen (bij Blokker te koop) onder de kooi van het konijn zorgt dat de hele bodem van de kooi lekker warm wordt en blijft. Is het konijn erg koud dan heeft het daarbij ook nog een warmtelamp of kruik en deken nodig. Gebruik geen handdoek want dat geeft geen warmte. Leg liever een zacht dekentje of een trui over het konijn. Let uitsluitend op oververhitting, controleer hiervoor regelmatig de oren. Als die echt erg heet worden dan heeft het dier het te warm, in alle andere gevallen kan het de extra warmte gebruiken.

    Vermagering
    Vermagering wordt meestal gesignaleerd bij e.cuniculi-konijnen, omdat de ziekte enorm veel energie verbruikt. Het is aan te raden om het konijn, naast het gewone vezel-dwangvoer (Recovery of Critical care) wat extra eiwitten en vetten te voeren in de vorm van Convalescence science diet, bij dierenartsen verkrijgbaar. Eén of twee theelepels Convalescence (let op: ZONDER vlees!!) kunnen elke voerbeurt door het andere dwangvoer geroerd worden voordat water toegevoegd wordt. Dit pepvoer heeft het dier nodig om op krachten te komen/blijven.

    Dwangvoeren
    Kan het konijn niet meer zelf eten of eet het slechts enkel kleine beetjes groenvoer, dan moet het beslist bijgevoerd worden. Minimaal 50 ml. dwangvoer per kg. lichaamsgewicht per etmaal, maar liever meer, heeft het zieke dier nodig. Het beste kan geprobeerd worden per voerbeurt 10 ml. naar binnen te krijgen, als het konijn meer wil dan mag dat uiteraard! Wil het konijn veel minder nemen dan is het nodig wat vaker te dwangvoeren, met kleinere hoeveelheden. Het is van het grootste belang dat het dier voldoende voedingsstoffen naar binnen krijgt, om enigszins in conditie te blijven om tegen de ziekte te vechten.
    Kan het konijn de blindedarmkeutels niet uit de anus eten, dan is het van belang deze op te rapen en aan te bieden. Wil het konijn ze niet nemen dan kunnen ze fijngemaakt worden en middels een spuitje met wat water gedwangvoerd worden. Een konijn dat lange tijd geen blindedarmkeutels eet krijgt een gebrek aan vit.B, een zeer belangrijke vitamine. Eventueel is een andere optie elke 4 dagen een injectie vit.B toe te dienen.

    Duizelig
    Een torticollis-konijn is erg duizelig wanneer het opgetild en weer neergezet wordt, omdat het evenwichtsorgaan aangetast is. Het konijn kan hierdoor nog meer gedesoriënteerd raken, en vaak zie je daardoor elke keer een terugval in het genezingsproces. Zorg er daarom voor dat het dier zo weinig mogelijk opgepakt hoeft te worden. Hiervoor is het handig als de kooi van het konijn wat hoger gezet wordt. Wanneer dan voor de verzorging telkens de tralie bovenkant van de onderbak gehaald wordt kan het konijn goed bereikt en behandeld worden, zonder dat het dier steeds opgepakt moet worden.

    Kwestie van een lange adem
    Voor de eigenaar is het vaak een kwestie van volhouden, ook al ziet het er helemaal niet goed uit. Het konijn kan krampachtig opgerold liggen als een soort wokkel. Dit is een naar gezicht, maar het is een tijdelijke toestand waar het weer uitkomt met hulp van de juiste medicatie en dwangvoeren.

    Zolang het konijn blijft eten, al dan niet met hulp en vaak door middel van dwangvoeren, is er hoop. Wil het konijn niets meer slikken, dan is het een verloren zaak.

    Geïrriteerd oog
    Het oog wat tijdens de verkrampte houding (zie foto) op de grond rust, sluit niet, en kan hierdoor hevig geïrriteerd raken. Het is goed om een zachte doek onder het hoofd te leggen. Het ook kan dagelijks gedruppeld worden met een homeopathisch oogmiddel wat euphrasia bevat, zoals Oculoheel van Heel. Hiermee kan ooginfectie voorkomen worden. Ga hier met beleid te werk, keer het hoofd heel voorzichtig wat zodat het oog behandeld kan worden, het konijn zal het lichaam wat meedraaien.

    Sommige konijnen blijven na genezing nog een scheef hoofd houden, maar hebben daar kennelijk geen last van. Ze lopen, rennen, maken vrolijke sprongen, eten, drinken, wassen hun maatje en worden gewassen. De dieren hebben kwaliteit van leven en daar gaat het om.

    Sceptische dierenartsen...
    Helaas staan veel dierenartsen nog sceptisch tegenover E.cuniculi als oorzaak van de kwaal. Sommige dierenartsen hebben zelfs nog nooit van E.cuniculi gehoord. Print daarom de benodigde informatie uit en neem deze mee naar de dierenarts, zodat je juiste medicatie en de juiste behandeling gegeven worden.

    Torticollis veroorzaakt door een binnenoorontsteking

    Middenoorontsteking veroorzaakt nooit torticollis. Bij middenoorontsteking kan een konijn de kop scheefhouden, maar niet gedraaid. Het konijn kan de kop vaak schudden, of de oren krabben. Er is geen sprake van oogbewegingen of omvallen. Vaak is er eetlustverlies door pijn, vanwege het pus wat tegen het trommelvlies drukt. Niet-behandelde middenoorontsteking kan echter uitmonden in binnenoorontsteking.
    - Binnenoorontsteking kan wel torticollis veroorzaken in de vorm van oogbewegingen, rondjes draaien en omvallen. Dit komt doordat het pus tegen het evenwichtsorgaan drukt. Bij binnenoorontsteking hoeft niet perse pijn te zijn.
    Voor zowel een binnen- als een middenoorontsteking is een antibioticum kuur nodig van enkele weken tot maanden. Een kortdurende antibioticum behandeling heeft over het algemeen nauwelijks effect. Voor de behandeling wordt meestal gekozen voor een breedspectrum antibioticum zoals bijv. enrofloxacine.

    Bij binnen- of middenoorontsteking worden in combinatie met antibioticum vaak corticosteroïden gegeven om ontstekingen af te remmen. Hierbij moet niet vergeten worden dat cortico’s de weerstand onderdrukken terwijl het konijn deze juist hard nodig heeft. In sommige gevallen kan het wel nodig zijn om gedurende enige tijd een pijnstiller te geven. Hierbij moet bedacht worden dat pijnstiller en corticosteroïden nooit in combinatie oraal gegeven mogen worden in verband met ontstaan van maagbloedingen.

     

    Torticollis veroorzaakt door een trauma

    Wanneer de torticollis veroorzaakt is door een trauma zoals een val of een klap tegen het hoofd, is het zinvol om gedurende enkele dagen een corticosteroïde te geven, om zwellingen te verminderen. Een röntgenfoto van de schedel is aan te raden om de ernst van de beschadiging te weten.


    Encefalitozoon cuniculli

     

     

    Max was 7 maanden oud toen hij deze ziekte kreeg is nu inmiddels een jaar verder en heeft het nog steeds naar zijn zin!

    Onze Max is overleden op zaterdag 19 september 2009 aan longontsteking!

    E. cuniculi: de oorzaak van onverklaarde neurologische aandoeningen.

    Neurologische aandoeningen komen vaak voor bij konijnen die als huisdier gehouden worden, maar de oorzaken van veel van deze ziekten zijn moeilijk of niet te achterhalen. Enkele van de meest voorkomende neurologische aandoeningen zijn torticollis en vermindering van het evenwicht, incontinentie voor urine, een afgenomen gebruik van achter- en voorpoten, verlamming en epileptische aanvallen. Veel onderzoeken hebben de hypothese geopperd dat Encefalitozoon cuniculi (E. cuniculi) de oorzaak zou kunnen zijn van veel, of zelfs al deze neurologische problemen. Een review van de wetenschappelijke literatuur toont echter aan dat er nog maar heel weinig bekend is over dit organisme.

    E. cuniculi is een "obligaat parasitair protozoaal organisme", wat betekent dat het alleen in andere dieren kan leven; het kan niet leven of groeien buiten zijn gastheer, zoals bacteriën dat kunnen. Het wordt geclassificeerd in de groep van microsporiden, samen met andere protozoale parasieten. Konijnen zijn een favoriete gastheer van E. cuniculi; de parasiet kan echter ook veel andere diersoorten infecteren, van een muis tot een mens.

    Er is weinig bekend over de biologie van E. cuniculi. De precieze overdrachtsmechanismen zijn niet bekend. Experimenteel kan E. cuniculi bij muizen via de orale (*via de mond) en nasale (*via de neus) route overgebracht worden. Praktisch betekent dit een overdracht door inname of door inademing van de E. cuniculi_sporen: het infectieueze stadium van de parasiet. Waarschijnlijk kunnen de sporen ook van een moeder op haar kroost overgebracht worden vlak voor de geboorte; dit is dan de meest voorkomende manier waarop gedomesticeerde konijnen besmet worden.

    Als de parasiet eenmaal het konijn binnengedrongen is, wordt E. cuniculi door het lichaam vervoerd door witte bloedcellen (macrofagen), de cellen die normaal gesproken ziekteverwekkers vernietigen. E. cuniculi kan uiteindelijk weefsels van de nieren, hersenen en ruggenmerg infecteren; zelden raken ook de lever en de longen bij infectie betrokken. Nieuwe, infectieuze sporen worden in de cellen van de nieren en de longen gevormd, en komen vervolgens in de urine en de uitgeademde lucht terecht. Hoewel deze sporen niet groeien of zich verder ontwikkelen als ze het konijn eenmaal verlaten hebben, kunnen ze in deze vorm wel voor een lange tijd overleven.

    Het grootste deel van de konijnen dat geïnfecteerd is, heeft geen klinische ziektesymptomen. Soms krijgen geïnfecteerde konijnen neurologische problemen, zoals boven beschreven. Er heeft nooit een diepgaand onderzoek plaatsgevonden naar welk deel van de konijnen met neurologische aandoeningen geïnfecteerd was met E. cuniculi. In het verleden werd gedacht dat de parasiet slechts zelden ziekte veroorzaakte; tegenwoordig is de opvatting dat er steeds meer konijnen zullen komen met een klinisch belangrijke E. cuniculi infectie. De statistieken in de literatuur met betrekking tot deze ziekte zijn gebaseerd op het voorkomen ervan bij laboratoriumkonijnen; huiskonijnen worden waarschijnlijk veel vaker geïnfecteerd. Vroeger kon de diagnose van een E. cuniculi infectie alleen bij autopsie worden gesteld. In de laatste jaren zijn er veel tests ontwikkeld, gebaseerd op de reactie van het immuunsysteem van het konijn op de parasiet, die een infectie kunnen aantonen. Helaas vertellen deze tests ons niet of de ziekteverschijnselen die een konijn heeft, veroorzaakt worden door E. cuniculi, of dat er misschien een andere oorzaak is voor de neurologische verschijnselen.

    Er is veel onderzoek gedaan naar de behandeling van infecties door E. cuniculi en soortgelijke organismen, omdat deze infecties vaak voorkomen bij mensen van wie het immuunsysteem onvoldoende werkt. Infecties met E. cuniculi en veel andere microsporiden zijn een veel voorkomende complicatie van AIDS. Van al deze infecties heeft die door E. cuniculi de beste kans om te genezen. De medicijnen die hiervoor gebruikt worden, worden nu getest voor toepassing bij konijnen. Hoe succesvol deze behandelingen zijn, valt dus nog te bezien.

    Preventie van ziekte kan bereikt worden door het testen van dieren. Omdat de ziekte verticaal wordt overgebracht (van moeder op nakomelingen), is vooral het testen van fokdieren van belang. Dierenwinkels en dierenshows kunnen aan de uitroeiing van de ziekte bijdragen door erop te staan dat alleen negatief geteste dieren worden verkocht of tentoongesteld. De House Rabbit Society kan helpen door ervoor te zorgen dat positief geteste dieren worden geadopteerd door huishoudens zonder andere konijnen, of met andere geïnfecteerde konijnen.

    Op dit moment zijn er meer vragen over E. cuniculi in onze huiskonijnen dan er antwoorden zijn. Om de antwoorden te vinden moeten we verdergaan met het achterhalen van de oorzaken van neurologische aandoeningen bij konijnen. De benodigheden om een E. cuniculi infectie aan te tonen komen tot onze beschikking, en met een beetje geluk tevens een succesvolle behandeling.

     

    Encefalitozoon cuniculi

    Dit verslag is mogelijk gemaakt door de medewerking van onze pleeggezinnen en HRS-leden, die hebben bijgedragen aan het tot stand komen van onze gezondheids-database; door vergaande hulp van dierenartsen; en door de wetenschappelijke hulp van Bill Harriman, een doctorandus in de biologische wetenschappen aan de UCSF. We zijn dank verschuldigd aan het diagnostisch lab van de Universiteit van Missouri, die onze verzoeken om diervriendelijke testen hebben uitgevoerd. Hoe graag we ook informatie willen hebben die onze eigen konijnen kan redden, we willen niet dat dit ten koste gaat van andere levende wezens. Onze informatie is afkomstig uit necropsie-verslagen van dieren die een natuurlijke dood gestorven zijn, en uit bloedonderzoek van 250 levende dieren. We waarderen alle hulp die we hebben ontvangen omtrent dit moeilijke onderwerp.

    Toen we voor het eerst konijnen met een verminderde controle over hun achterpoten begonnen te zien, namen we aan dat rugletsel, het meest waarschijnlijk door het onjuist vastpakken van het konijn, de oorzaak was. Hoewel de skeletstructuur van een konijn een gebroken rug zeer wel mogelijk maakt, heeft dit niet tot de verlammingen van de konijnen in onze pleeggezinnen geleid. Onze konijnenpleegouders hebben bij elkaar al meer dan tweeduizend konijnen gered en ermee geleefd, en deze mensen rapporteren de gezondheidsproblemen van hun konijnen terug naar ons, zodat wij beschikken over een grote database.

    Hoe raakt een konijn gehandicapt?

    Een neurologische stoornis, in de vorm van een partiële (*gedeeltelijke) of een complete verlamming, coördinatieverlies, epileptische aanvallen en torticollis (*verdraaide nek), heeft verschillende oorzaken. Naast een trauma van de rug of het hoofd, kan de oorzaak een beroerte, een tumor, een bacteriële infectie (van het binnenoor, de hersenen, het ruggenmerg, de longen, de botten of de gewrichten), een parasitaire infectie, een virus, toxines (*gifstoffen), een degeneratieve ziekte, of zelfs osteoporose (*botontkalking) zijn.

    Waarschijnlijk is de meest voorkomende, maar de minst herkende oorzaak een parasitaire infectie. Een ziekte die zijn tol in de V.S., heeft geëist is encefalitozoönose. Het organisme dat deze ziekte veroorzaakt, is een parasiet, genaamd Encefalitozoon cuniculi, afgekort tot E. cuniculi.

    De lange zoektocht

    In 1989 was ik bekend met 25 paraplegische konijnen (*konijnen met een verlamming van beide achterpoten). Een van hen was mijn geliefde Phoebe. Toen autopsies op verscheidene konijnen met deze aandoening geen bevredigende oorzaak voor het probleem opleverde, gingen we dit de "geheimzinnige ziekte" of de "oude konijnen verlamming" noemen.

    Dr. Carolyn Harvey begon alle mogelijke sporen te volgen. In de daarop volgende twee jaar gingen we elk geval van verlamming registreren, met name de gevallen waarbij een bacteriële infectie was uitgesloten. We onderzochten bloed en urine van onze eigen konijnen, en deden disgnostische tests voor toxoplasmose, coronavirussen, loodvergiftiging en vele andere.

    Het herontdekken van een Oude Ziekte

    We vroegen hulp aan neuropathologen. Als een verlamd konijn stierf, stuurde dr. Harvey hersenweefsel naar dr. Richard Evans in Zuid Californië. Hij spendeerde veel tijd en materiaal aan elektronenmicroscopie.

    In januari 1991 vertoonde alleen het voorkomen van E. cuniculi een positieve correlatie met verlammingen. Dr. Evans ontdekte het organisme al in een vroeg stadium, maar we realiseerden ons het belang ervan pas veel later. De meeste diergeneeskundige handboeken en onderzoekslaboratoria beweren dat deze parasieten gewoonlijk geen problemen veroorzaken bij levende dieren, en dat ze slechts zelden bij een autopsie worden gevonden van dieren die niet door deze parasiet gestorven zijn. Er bleken echter veel verschillen te zijn tussen onze konijnen en de konijnen die gebruikt werden voor het laboratoriumonderzoek. Onze konijnen zijn veel ouder. De meeste HRS-leden hebben hun konijnen in leven gehouden tot hun seniorenjaren, met de hulp van de verbeterde diergeneeskundige hulp. De meeste laboratoriumkonijnen zijn jonger dan twee jaar. Misschien zou E. cuniculi inderdaad problemen veroorzaken als alle konijnen tot op oudere leeftijd gehouden zouden worden. Omdat we een bepaalde stof ervan verdachten verantwoordelijk te zijn, besloten we om de gezondheid van een groot aantal konijnen voor een lange periode in de gaten te houden, om te zien of er verbanden te ontdekken waren. We hadden een manier nodig om de konijnen die met de parasieten geïnfecteerd waren te identificeren, zodat we hun gegevens konden bijhouden.

    De juiste test

    Dr Drury Reavill uit Sacramento besteedde een dag aan het plegen van telefoontjes om de juiste test voor ons te achterhalen. Bekend met onze filosofie, als zijnde een dierenwelzijnsorganisatie, vond zij een betrouwbare, niet-schadelijke test, ontwikkeld door de Universiteit van Missouri. Voor ons onderzoek gingen dierenartsen naar de adoptiegezinnen om een kleine hoeveelheid bloed bij de konijnen af te nemen. Ook verzamelden zij bloed van konijnen van eigenaren die graag met het onderzoek mee wilden doen. Elke keer als er 50 tot 70 bloedmonsters verzameld waren, werd het serum naar het laboratorium vervoerd. Het lab controleerde het serum dan op antilichamen tegen E. cuniculi. Als er antilichamen aanwezig waren, was dat een bewijs dat het dier blootgesteld is aan de parasiet, en dat het konijn een afweerrespons in gang heeft gezet. Hoe ernstiger de infectie, en hoe recenter deze heeft plaatsgevonden, hoe hoger de hoeveelheid antilichamen (titer) is die gemeten wordt. Deze procedure is hetzelfde als bij een AIDS test gedaan wordt.

    Omdat E. cuniculi protozoa zijn, reageren ze niet op antibiotica zoals bacteriën dat doen. Op dit moment is er geen medicamenteuze therapie in de Verenigde Staten die E. cuniculi kan vernietigen. Dat is de taak van het immuunsysteem. Toch blijken sommige dieren te stabiliseren of te verbeteren als ze met tetracycline of chlooramfenicol (*antibiotica) behandeld worden. In het lichaam zijn afweerreacties nodig om het dier van de parasiet te bevrijden. Als het dier lijdt onder andere infecties of onder stress, zal het immuunsysteem niet voldoende functioneren om tegen de E. cuniculi te vechten (bijvoorbeeld: "Mijn konijn had enteritis (*darmontsteking) en raakte verlamd", of "Mijn konijn kreeg snot, en verloor de functie van zijn achterpoten").

    De weg die afgelegd wordt

    De parasieten worden ingenomen. Vanuit het maagdarmstelsel komen ze in de bloedbaan terecht, waardoor ze de nieren en andere organen bereiken. De parasieten kunnen zich in de nieren vermenigvuldigen en met de urine uitgescheiden worden. Alleen als E. cuniculi zich in de nieren bevindt (wat vaak verlittekening van de nieren veroorzaakt), is het dier besmettelijk. Encefalitozoönen kunnen in hersencellen aanwezig zijn lang nadat de nierinfectie verdwenen is (mogelijk omdat het langer duurt om door de beschermende bloed-hersenbarriëre te dringen). De parasieten kunnen daar gewoon blijven zitten, zonder verdere schade te veroorzaken. Als zij zich echter proberen te vermenigvuldigen, kan de schade ernstig zijn. Neurologische schade treedt regelmatig op, en we weten niet of dit een direct gevolg is van E. cuniculi, door natuurlijke groei en replicatie, of door het immuunsysteem zelf. Er zijn veel goed gedocumenteerde ziekten in mensen en dieren, waarbij het immuunsysteem op een onschadelijk pathogeen (*ziekteverwekker) reageert en zo zelf verantwoordelijk is voor de ziekte verschijnselen. Als dit het geval is bij E. cuniculi, zou dat betekenen dat de vernietiging van zenuwweefsel door het immuunsysteem een chronisch probleem kan zijn, die lang nadat de parasiet is overwonnen nog door blijft gaan. In sommige gevallen van verlamming zien we dus alleen het eindresultaat van een proces dat maanden of jaren eerder is begonnen.

    Als je een geïnfecteerd konijn hebt, dat samenleeft met andere konijnen, is het van belang je te realiseren dat tegen de tijd dat je de uiterlijke ziektekenmerken opmerkt, de besmettelijke fase al voorbij is. De parasieten zijn dan niet meer in de nieren aanwezig. De sporen, die met de urine uitgescheiden zijn, kunnen echter nog een maand in de omgeving overleven. Andere konijnen kunnen zo de sporen nog uit de omgeving oppikken als het besmette konijn al weken geleden gestopt is met het verspreiden ervan. Omdat veel andere diersoorten de parasiet kunnen dragen en verspreiden, heeft een konijn dat buiten op de grond leeft een veel grotere kans om besmet te raken.

    Feitenoverzicht van Encefalitozoon Cuniculi

    • E. cuniculi wordt alleen door urine verspreid
    • De besmettelijke periode duurt slechts een paar dagen tot een paar weken
    • Het geïnfecteerde dier is niet meer besmettelijk nadat E. cuniculi de nieren verlaten heeft
    • E. cuniculi wordt door het bloed naar andere delen van het lichaam vervoerd, vooral naar zenuwweefsel
    • Sporen uit geïnfecteerde urine kunnen een maand in de omgeving overleven
    • De parasieten kunnen door veel andere dieren gedragen en verspreid worden, maar veroorzaakt bij hen zelden ziekteverschijnselen
    • Een groot aantal konijnen in de V. S. is ooit in hun leven geïnfecteerd geraakt, maar slechts enkele konijnen zijn er ziek van geworden
    • Dieren die ook andere aandoeningen hebben, hebben een grotere kans om na infectie ziek te worden
    • Neurologische schade kan pas aan het licht komen lang nadat de parasieten de nieren hebben verlaten
    • Autopsies tonen zelden actieve parasieten in de nieren aan, maar wel wordt vaak littekenweefsel in de nieren aangetroffen op de plaatsen waar de parasiet gezeten heeft
    • Een positieve test voor de parasiet betekent alleen dat het dier blootgesteld is geweest aan E. cuniculi, waardoor een immuunrespons op gang is gebracht. Het betekent niet dat een verder gezond dier ziekteverschijnselen zal gaan vertonen
    • Serologische testen (*testen van het serum van het bloed) kunnen immuunresponsen herkennen, maar geen vroege van langdurige of chronische infecties onderscheiden

    Onze eigen conclusies

     

    Zelfs met een hoge titer antilichamen tegen E. cuniculi, zal een konijn waarschijnlijk niet gehandicapt raken. Onze studie toont aan dat slechts 12% van de konijnen met een hoge titer neurologische symptomen zal gaan ontwikkelen. Wij zijn slechts met een paar sterfgevallen bekend die direct aan een E. cuniculi infectie geweten zouden kunnen worden. Hoewel het wel een bijdragende factor kan zijn, is de infectie zelden de primaire doodsoorzaak. Een E. cuniculi infectie op zichzelf bedreigt meestal niet eens de gezondheid van het dier. Als de infectie echter in combinatie optreedt met andere problemen die een druk op het immuunsysteem leggen, zijn de gevolgen ernstiger. Het testen op E. cuniculi kan van nut zijn bij het stellen van de diagnose bij konijnen met neurologische problemen. Als encefalitozoönose uitgesloten is, kan men zich concentreren op andere mogelijke oorzaken. Indien de infectie wel aanwezig is, kan de aandacht zich in die richting verplaatsen. Er kunnen voorzorgsmaatregelen getroffen worden om de kans op andere aandoeningen en stress te verminderen.

    Dieren hebben veel minder moeite om zich aan een mobiliteitsverlies aan te passen dan mensen. Konijnen die ziekteverschijnselen hebben van de E. cuniculi infectie, kunnen stabiliseren en nog een hele tijd gelukkig leven. Barlow heeft nog vier gelukkige jaren geleefd, met dierenvrienden en aandacht van mensen, sinds bij hem de eerste symptomen manifest werden. Zoals bij elke chronische ziekte, is het doel om een zo goed mogelijke levenskwaliteit te verkrijgen. Conclusie: zelfs met een hoge antilichaamtiter tegen E. cuniculi zal een konijn waarschijnlijk niet gehandicapt raken.

     

    Encefalitozoon cuniculi, de parasiet

    Encephalitozoon cuniculi is een eencellige parasiet, ook wel protozoön (meervoud protozoa) genoemd. Hij behoort tot een groep organismen die microsporidia genoemd wordt. Deze parasiet kan alleen in andere cellen overleven. Doordat hij in lichaamscellen leeft is hij onbereikbaar voor antibiotica en daardoor erg moeilijk uit te roeien.

    Hoe gaat de besmetting
    Behalve konijnen (die favoriet zijn bij deze parasiet) kunnen veel andere diersoorten geïnfecteerd raken. Ook mensen kunnen geïnfecteerd raken, maar alleen als de weerstand extreem laag is. Te denken valt dan aan bijv. AIDs patienten. Besmetting gebeurt door orale opname en mogelijk door inademing van de sporen. De parasiet kan vanuit het maagdarmstelsel in de bloedbaan terechtkomen. Hij nestelt zich in witte bloedcellen, die normaliter ziekteverwekkers vernietigen, en laat zich door hen naar nieren, hersenen en ruggenmerg transporteren.
    In de nieren vermenigvuldigt de parasiet zich snel en kan daar ook schade aanrichten. Vervolgens worden na 31 dagen sporen via de urine uitgescheiden. Heel jonge konijntjes kunnen op deze manier al door de moeder besmet worden en dit is waarschijnlijk de meest voorkomende manier van besmetting.
    Zolang E.cuniculi zich in de nieren bevindt is het konijn besmettelijk, deze fase duurt een paar dagen tot een paar weken. De symptomen verschijnen pas wanneer deze fase al voorbij is, dus op het moment dat E.cuniculi bij het konijn gesignaleerd wordt, is het dier zelf niet besmettelijk meer. De via de urine uitgescheiden sporen echter kunnen nog een maand in de omgeving overleven en gedurende die periode kunnen andere dieren nog steeds besmet raken.

    Scheiden
    Het heeft geen zin twee konijnen van elkaar te scheiden wanneer één van de twee E.cuniculi heeft, het andere konijn is immers allang aan besmetting blootgesteld geweest toen er nog geen zichtbare symptomen waren. Verder is het zelfs mogelijk dat de partner drager van E.cuniculi is zonder zelf ziek te worden, maar wel het maatje heeft ziekgemaakt. Nieuwgekomen konijnen kunnen besmet raken door de sporen in de omgeving en dienen daarom voorlopig gescheiden te blijven, hoewel ook zij al drager kunnen zijn van E.cuniculi zonder ziek te zijn. Enkel een bloedonderzoek zal dit kunnen uitwijzen.

    Drager
    De meeste konijnen die geïnfecteerd zijn met E. cuniculi zijn drager zonder ziek te worden. Komt een geïnfecteerd konijn echter in een stressvolle situatie of heeft het een andere kwaal, dan kan de weerstand tegen E. cuniculi plotseling onvoldoende worden en kan de parasiet zich vermeerderen en schade toebrengen. Zo kan een konijn na het doormaken van bijv. een vachtmijtinfectie ineens met een achterpoot gaan trekken. Ook na een operatie of na een inenting tegen Myxomatose en/of VHS kunnen plotseling torticollis of verlammingsverschijnselen gesignaleerd worden of kunnen andere klachten verschijnen zoals bijv. urineverlies.